Einde inhoudsopgave
Mededinging en verzekering (R&P nr. VR8) 2019/2.5.1.1
2.5.1.1 Regelgeving en werkingssfeer van het concentratietoezicht
mr. drs. G.T. Baak, datum 11-12-2019
- Datum
11-12-2019
- Auteur
mr. drs. G.T. Baak
- JCDI
JCDI:ADS183535:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Algemeen
Verzekeringsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Verordening (EG) 139/2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (concentratieverordening) en Verordening (EG) nr. 802/2004 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (uitvoeringsverordening concentraties).
Zie Slot & Swaak 2012, p. 135.
Besluit van 19 juni 2015, zaaknummer: 15.0606.22 (ASR Nederland – Axent verzekeringen).
De bepaling van marktaandelen van verzekeraars zijn niet alleen in het mededingingsrecht relevant. EIOPA (de Europese Autoriteit -toezichthouder- voor verzekeringen en bedrijfspensioenen die blijkens art. 16 van de oprichtingsverordening 1094/2010, PbEU 2010, L 331/48, bevoegd is richtsnoeren en aanbevelingen te richten tot DNB, AFM en verzekeraars en assurantietussenpersonen) heeft de ‘Richtsnoeren inzake de methoden voor de bepaling van de marktaandelen met het oog op rapportage’ (EIOPA-BoS-15/106) vastgesteld. Bedoeld is rapportage in verband met prudentieel toezicht op basis van art. 35 van Richtlijn solvabiliteit II, zoals gewijzigd door art. 2 sub 7 van Richtlijn Omnibus II, PbEU 2014, L 153/1.
Zie artikel 1 lid 1 Concentratieverordening. In artikel 4 lid 5 en artikel 22 is bepaald onder welke voorwaarden een concentratie zonder communautaire dimensie toch onder de Concentratieverordening kan vallen.
Zie artikel 3 lid 1 aanhef en onder a en b concentratieverordening. Uitzonderingen op het concentratiebegrip zijn opgenomen onder artikel 3 lid 5 concentratieverordening.
Vgl. considerans punt 20 van de concentratieverordening.
Voor de berekening van de omzet, zie artikel 5 concentratieverordening. Het Nederlandse concentratietoezicht kent eveneens een op omzet gestoelde methode waarbij de drempels lager liggen, zie artikel 29-31 Mw. Uit artikel 31 lid 2 Mw. volgt dat voor verzekeraars in plaats van de omzet gekeken wordt naar de waarde van de bruto geboekte premies.
De regels zijn op Unieniveau neergelegd in de Concentratieverordening nr. 139/2004 en de bijbehorende Uitvoeringsverordening nr. 802/2004.1 Het Werkingsverdrag bevat geen regeling ten aanzien van concentraties. De Concentratieverordening geeft twee beoordelingsstappen: in de eerste plaats een verplichte voorafgaande melding van een voorgenomen concentratie gevolgd door een toetsing (het zogenoemde vooronderzoek) en in de tweede plaats de vervolgprocedures ingeval een concentratie voornemen problemen oproept.2 De Mededingingswet volgt in grote lijnen het Europese concentratietoezicht en heeft haar bepalingen inzake concentraties opgenomen in hoofdstuk 5 Mw. (artikelen 26-49). De daar opgenomen bepalingen vertonen als gezegd parallellen met het Europese concentratietoezicht. Tijdelijke deelnemingen door banken, financiële instellingen of verzekeraars als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, in een onderneming met als doel om deze deelnemingen weer te verkopen vallen krachtens artikel 28 lid 1 sub a van de Mededingingswet buiten het concentratietoezicht, mits zij de aan deze deelnemingen verbonden stemrechten niet uitoefenen om het marktgedrag van deze onderneming te bepalen, of zij deze stemrechten slechts uitoefenen om de verkoop van deze deelnemingen voor te bereiden, en deze verkoop plaatsvindt binnen een jaar na de verwerving. Illustratief voor het concentratietoezicht zijn de overnames die met enige regelmaat plaatsvinden in de verzekeringssector. Zo deelde de ACM op 19 juni 2015 mee dat aan de voorgenomen concentratie tussen ASR Levensverzekeringen N.V., (als onderdeel van de ASR groep), en Axent Verzekeringen B.V, (als onderdeel van de Axent Holding B.V.), geen mededingingsrechtelijke bezwaren kleefden.3 Op grond van artikel 37 lid 2 van de Mededingingswet kan de ACM een vervolgprocedure inleiden door te bepalen dat een vergunning is vereist voor een concentratie waarvan zij reden heeft om aan te nemen dat die de daadwerkelijke mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan op significante wijze zou kunnen belemmeren, met name als het resultaat van het in het leven roepen of het versterken van een economische machtspositie. Om dat vast te stellen zullen marktaandelen van belang zijn.4
Werkingssfeer van het communautaire concentratietoezicht
De Concentratieverordening geldt voor alle concentraties die een communautaire dimensie hebben.5 In beginsel is uitsluitend de Commissie bevoegd om een oordeel te geven over dergelijke concentraties.6 Een concentratie komt volgens artikel 3 lid 1 van de Concentratieverordening tot stand door een duurzame wijziging van zeggenschap, wat bijvoorbeeld het geval is wanneer twee voorheen onafhankelijke ondernemingen fuseren of een deel van elkaars aandelenkapitaal overnemen.7 Ook de oprichting van een gemeenschappelijke onderneming die duurzaam alle functies van een zelfstandige economische eenheid vervult (de zogenoemde full function joint venture), vormt een concentratie volgens artikel 3 lid 4 Concentratieverordening.8 De communautaire dimensie volgt uit artikel 1, lid 2 en 3 van de Concentratieverordening en is gebaseerd op het overschrijden van een primaire- en secundaire omzetdrempel. Hieronder geef ik de Europese omzetdrempels weer:
‘Lid 2. Een concentratie heeft een communautaire dimensie indien:
de totale omzet die over de gehele wereld door alle betrokken ondernemingen tezamen is behaald, meer dan 5 miljard EUR bedraagt, en
ten minste twee van de betrokken ondernemingen elk afzonderlijk een totale omzet hebben behaald die meer dan 250 miljoen EUR bedraagt,
tenzij elk van de betrokken ondernemingen meer dan tweederde van haar totale omzet binnen de Gemeenschap in een en dezelfde lidstaat behaalt.
Lid 3. Een concentratie die niet voldoet aan de in lid 2 vastgestelde drempels, wordt beschouwd als een concentratie met een communautaire dimensie indien
de totale omzet die over de gehele wereld door alle betrokken ondernemingen tezamen is behaald, meer dan 2,5 miljard EUR bedraagt,
de totale omzet die door alle betrokken ondernemingen in elk van ten minste drie lidstaten is behaald, meer dan 100 miljoen EUR bedraagt,
in elk van de drie lidstaten die ten behoeve van letter b) in aanmerking zijn genomen, ten minste twee van de betrokken ondernemingen elk afzonderlijk een totale omzet hebben behaald die meer dan 25 miljoen EUR bedraagt, en
ten minste twee van de betrokken ondernemingen elk afzonderlijk een totale omzet hebben behaald die meer dan 100 miljoen EUR bedraagt,
tenzij elk van de betrokken ondernemingen meer dan tweederde van haar totale omzet binnen de Gemeenschap in een en dezelfde lidstaat behaalt.’ 9
De communautaire dimensie ontbreekt volgens (de laatste zin van) het artikel bij beide drempels indien elk van de betrokken ondernemingen meer dan tweederde van haar totale omzet binnen de Gemeenschap in een en dezelfde lidstaat behaalt (de zogenoemde twee-derde-regel). Het concentratietoezicht in Nederland dat is neergelegd in de Mededingingswet kent aanzienlijk lagere omzetdrempels dan het Europese concentratietoezicht. In artikel 29 lid 1 van de Mededingingswet wordt gesproken van een gezamenlijke omzetdrempel van €150 miljoen door de betrokken ondernemingen in het voorafgaande kalenderjaar waarvan door ten minste twee van de betrokken ondernemingen ieder ten minste €30 miljoen in Nederland is behaald.