Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen
Einde inhoudsopgave
Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen (SteR nr. 34) 2017/1.4:1.4 Nadere afbakening
Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen (SteR nr. 34) 2017/1.4
1.4 Nadere afbakening
Documentgegevens:
mr. T.J. Thurlings, datum 01-08-2017
- Datum
01-08-2017
- Auteur
mr. T.J. Thurlings
- JCDI
JCDI:ADS606982:1
- Vakgebied(en)
Energierecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie over een rechtseconomische verhandeling van het ETS bijvoorbeeld: Van Zeben 2012. Zie over een analyse van het ETS in een rechtsvergelijkende studie met Chinese emissiehandelsystemen: Chen 2015.
Zie voor een rechtsvergelijkende studie met het Amerikaanse emissiehandelsysteem ter bestrijding van ‘acid rain’, nog ver voordat het ETS het licht zag: Peeters 1992, waarin zij reeds een voorschot gaf op een eventueel te ontwikkelen emissiehandelsysteem ter beperking van de broeikasgasuitstoot.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit onderzoek betreft de Nederlandse implementatie van het ETS. Het ETS als zodanig en de tekortkomingen daarin komen dus niet (uitgebreid) aan bod.1 Evenmin wordt uitgebreid aandacht besteed aan (economische) ontwerpen van emissiehandelsystemen.2
Rechtsvergelijkende aspecten in dit onderzoek zijn met name verticaal van aard. Dat wil zeggen: vergelijkingen worden vooral gemaakt tussen de Nederlandse formele en materiële implementatie van het ETS en de eisen die voor deze implementatie voortvloeien uit het EU-recht. Waar knelpunten worden gevonden en waar de oplossing voor die knelpunten niet op voorhand duidelijk mochten zijn, wordt naar oplossingen over de grens gekeken. Er is afgezien van een horizontaal rechtsvergelijkend hoofdstuk met een andere lidstaat. Aangezien dit onderzoek zich mede richt op de uitvoering van het ETS in Nederland zou het onderzoek te omvangrijk worden als een vergelijking zou worden gemaakt met een andere lidstaat. Nuttige data van een dergelijke lidstaat kan immers slechts worden verkregen als zowel de volledige formele (wettelijke) als materiële (uitvoering) implementatie wordt geanalyseerd. Dit zou de onderzoeksintensiteit verdubbelen. Bovendien is een dergelijke analyse slechts van beperkte waarde. Immers, verschillen in implementatie tussen lidstaten zijn toegestaan, zolang de implementatie zelf maar aan de EU-rechtelijke kaders voldoet. Bovendien zal voor het verhelpen van knelpunten niet altijd een vergelijking gemaakt hoeven te worden met andere lidstaten. Zeker niet daar waar deze knelpunten voortvloeien uit verschillen in juridische definities van begrippen (EU vs. nationaal). Waar voor een knelpunt geen evidente oplossing voor handen is, zal zo nodig wel een vergelijking worden gemaakt met de wetgeving en/of uitvoering in een andere lidstaat. Dit geldt ook voor die situaties waarin weliswaar geen strijd bestaat met het EU-recht, maar de Nederlandse implementatie wellicht toch aanscherping behoeft.
Dit onderzoek is inhoudelijk afgerond op 14 februari 2017. Ontwikkelingen van na die datum zijn slechts incidenteel verwerkt.