Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/1.5.1:1.5.1 Algemeen
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/1.5.1
1.5.1 Algemeen
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS484597:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dat het nemo tenetur-beginsel ruime erkenning heeft gekregen, betekent niet dat over de inhoud ervan eenstemmigheid heerst. Het verschil in opvatting richt zich niet zozeer op de essentie van het beginsel, maar vooral op de omvang ervan. Hieraan draagt in belangrijke mate bij dat het lastig is een (afdoende) rechtvaardiging voor de erkenning van nemo tenetur te geven. Het beginsel is geen eenduidig ideaal, maar een historisch en maatschappelijk gegeven, dat in veranderende omstandigheden herinterpretatie behoeft.1 In de periode van enkele honderden jaren waarin het beginsel is geëvolueerd, is het politieke, juridische en sociale landschap dramatisch veranderd.
Bescherming tegen gedwongen zelfbelasting
De essentie ofwel vaste waarde van het beginsel moet worden gezocht in de bescherming die het biedt aan de verdachte die wordt gedwongen om antwoorden te geven of anderszins medewerking te verlenen die mogelijk bijdraagt aan de eigen veroordeling. Waarom die bescherming precies moet worden geboden, is niet eenduidig. Geen van de in de doctrine en rechtspraak ontwikkelde grondslagen van het nemo tenetur-beginsel biedt daarvoor een zelfstandige, afdoende legitimatie. Tegelijk is het moeilijk om één of meer grondslagen als niet relevant te bestempelen.
Grondslagen nemo tenetur
De grondslagen kunnen globaal worden onderverdeeld in systematische en persoonlijke grondslagen.2 De systematische grondslagen zijn gekoppeld aan het strafrechtsysteem. In die benadering draagt nemo tenetur bij aan (de verwezenlijking van) de doelstellingen van dat systeem. De persoonlijke grondslagen steunen vooral op noties van fundamentele waarborgen en het respect voor de menselijke waardigheid en autonomie van de verdachte. Het beginsel heeft dan zelfstandige, intrinsieke waarde.