Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/6.3.7
6.3.7 Beloning van OK-functionarissen
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652261:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijv. OK 24 juli 2007, ARO 2007/142 (Van Doorn), waarin een OK-bestuurder werd benoemd bij twee concernvennootschappen, welke vennootschappen ‘onderscheidenlijk’ de beloning van de OK-functionaris dienden te voldoen.
Zie bijv. OK 17 maart 2014, ARO 2014/61 (Fuhler Beheer); OK 21 augustus 2014, ARO 2014/175 (Depron); OK 7 juli 2015, ARO 2015/173 (Bedrijven- en kantorencentrum Lansinkveste); OK 11 september 2015, ARO 2015/191 (RTC).
Zie bijv. OK 15 september 2016, ARO 2017/11 (Celebration); OK 17 juli 2017, ARO 2017/148 (Bakery Initiatives); OK 21 januari 2022, ARO 2022/53 (COW).
Zie bijv. OK 10 februari 2014, ARO 2014/40 (Wikkelbok); OK 15 december 2015, JOR 2016/95, m.nt. D.J.F.F.M. Duynstee (4Apps); OK 22 september 2016, ARO 2017/24 (Blue Beheer); OK 4 mei 2017, ARO 2017/115 (Kors), waarin de OK-bestuurder mede werd benoemd bij een 99%-dochter. Vgl. ook OK 20 juni 2019, JOR 2019/220, m.nt. M.W. Josephus Jitta (Privazorg), waarin de management-BV de beloning van OK-functionarissen diende te financieren.
OK 9 januari 2020, ARO 2020/45 (RSW Property). Zie hierover ook par. 6.3.2.
In concernenquêtes kan de Ondernemingskamer voorzieningen treffen bij zowel de moedervennootschap als de dochtervennootschap die voorwerp van enquête is. Benoemt de Ondernemingskamer eenzelfde OK-functionaris bij verschillende concernvennootschappen, dan bepaalt zij op vergelijkbare wijze als ten aanzien van de kosten van het onderzoek door wie de beloning van de OK-functionaris moet worden gefinancierd. In voorkomende gevallen gelast de Ondernemingskamer de financiering van de beloning van de OK-functionaris door verschillende concernvennootschappen,1 bepaalt zij dat de verplichting tot financiering van de beloning van de OK-functionaris rust op het concern,2 bepaalt zij dat de verplichting tot financiering van de beloning van de OK-functionaris hoofdelijk rust op verschillende concernvennootschappen,3 of bepaalt zij dat de moedervennootschap de kosten van de voorziening die mede wordt getroffen op dochterniveau volledig moet financieren.4
Wat afwijkend is hier opnieuw RSW Property, waarin naast de moedervennootschap de bestuurder van de verschillende concernvennootschappen – een BV – werd verplicht tot financiering van de beloning van de OK-bestuurder die enkel op het niveau van de management-BV werd benoemd.5 Zie over de verplichte financiering van de beloning van OK-functionarissen door een bestuurder ook par. 6.8.3. De Ondernemingskamer bepaalde hier niet in welke verhouding beide concernvennootschappen de beloning van de OK-functionaris dienden te financieren, zodat op de voet van art. 6:6 lid 1 BW mag worden aangenomen dat beide vennootschappen de helft moeten financieren. De door de Ondernemingskamer bevolen kostenverdeling in RSW Property komt mij onjuist en als in strijd met de wet voor. De wet neemt in art. 2:357 lid 4 BW de financiering van de beloning van OK-functionarissen door de rechtspersoon waarbij voorzieningen worden getroffen tot uitgangspunt. Naar mijn mening kan in beginsel niet een ander dan de rechtspersoon waarbij deze voorziening (mede) wordt getroffen worden verplicht tot financiering van de beloning van OK-functionarissen. Zie hierover nader par. 6.4.3.