De kosten van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/6.3.4:6.3.4 Hoofdelijke financiering en regres
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/6.3.4
6.3.4 Hoofdelijke financiering en regres
Documentgegevens:
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652431:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijv. OK 16 juni 2015, ARO 2015/165 (Clifden); OK 21 december 2017, ARO 2018/50 (IHP Holding); OK 21 januari 2022, ARO 2022/53 (COW).
OK 2 november 2000 (r.o. 3.2), JOR 2001/6 (Cohere Holding).
Parl. Gesch. Boek 6, p. 108; Van Boom 1999, p. 107-109; Van Boom 2016, p. 128-130. Zie ook par. 6.3.3.
Jager 2019, p. 385 e.v.
Jager 2019, p. 424-425.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Ondernemingskamer kan bij de verdeling van de kosten van het onderzoek over verschillende concernvennootschappen een hoofdelijke verplichting in het leven roepen, en gaat daar ook veelvuldig toe over.1 Art. 6:6 lid 2 BW bepaalt: ‘Is de prestatie ondeelbaar of vloeit uit wet, gewoonte of rechtshandeling voort dat de schuldenaren ten aanzien van een zelfde schuld ieder voor het geheel aansprakelijk zijn, dan zijn zij hoofdelijk verbonden.’
De beschikking waarin de Ondernemingskamer het enquêteverzoek toewijst is een rechtshandeling, waaruit hoofdelijkheid kan voortvloeien als de Ondernemingskamer dat bepaalt. Niet noodzakelijk is overigens dat de Ondernemingskamer een hoofdelijke betalingsverplichting combineert met een gelijke draagplicht voor de concernvennootschappen, zoals zij deed in Cohere Holding.2 Art. 6:10 lid 1 jo. lid 2 BW bepaalt dat iedere hoofdelijke schuldenaar slechts draagplichtig is voor het gedeelte dat hem aangaat, en bij gebreke van bijzondere omstandigheden bestaat een draagplicht voor gelijke delen.3
Met de hoofdelijke verplichting tot financiering van de kosten van het onderzoek heeft de onderzoeker de keuze welke concernvennootschap hij welk deel van de kosten van het onderzoek laat financieren. De onderzoeker heeft tegenover iedere concernvennootschap recht op nakoming voor het volledige bedrag van de kosten van het onderzoek op grond van art. 6:7 lid 1 BW. Financiert een der schuldenaren meer dan zijn deel van de kosten van het onderzoek, dan kan hij voor het te veel betaalde bedrag regres nemen op de andere vennootschap(pen).
Jager heeft overigens verdedigd het concern als zodanig voorwerp van het onderzoek in de enquêteprocedure te maken.4 In die opvatting is onverschillig welke groepsmaatschappij in concreto het onderzoek financiert: alle groepsmaatschappijen van het te enquêteren concern zijn dan hoofdelijk gehouden tot betaling van de kosten van het onderzoek.5