Einde inhoudsopgave
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/1.II.B.4.b
b. Zakelijke werking
mr. J.W.A. Rheinfeld, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. J.W.A. Rheinfeld
- JCDI
JCDI:ADS478598:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Grondexploitatie
Voetnoten
Voetnoten
De werking van de artt. 85 en 86 WILG zijn door de wetgever tevens (kort) omschreven in de Nota van Toelichting bij het Besluit inrichting landelijk gebied. Zie in dit kader onderdeel E.l.f van dit hoofdstuk.
De ingeschreven kavelruilovereenkomst heeft derhalve (semi-)zakelijke werking.
D.W. Bruil, ‘Kavelruil geregeld?’, p. 633.
Kamerstukken II 1979/1980, 15907, nrs. 3-4, p. 62. Zie onderdeel G.l.c van het vorige hoofdstuk. Zie tevens M.A. Cohen, ‘De notaris en de ruilverkaveling’, p. 266.
Vgl. HR 3 januari 1964, ECLI:NL:HR:1964:AB6690, NJ 1965, 16, alsmede HR 17 november 1967, ECLI:NL:HR:1967:AC4789, NJ 1968, 42. Zie ook M.A. Cohen, ‘De notaris en de ruilverkaveling’, p. 266.
Zie P. de Flaan, Onroerend-goedrecht, deel c., Landinrichting, p. 126.
Aldus D.W. Bruil, A. Verduijn, ‘Herverkaveling en kavelruil: katalysatoren voor de inrichting van het landelijk gebied’, p. 63.
Aldus B.F. Preller, ‘Commentaar op het wetsvoorstel Wet inrichting landelijk gebied (Wilg) met betrekking tot kavelruil’, p. 502.
Na de inschrijving van de overeenkomst ex artikel 85 lid 1 WILG, dient overgestapt te worden naar artikel 86 lid 1 WILG. Dit artikel beschrijft namelijk een van de (rechts) gevolgen van de inschrijving.1 Aan de ingeschreven overeenkomst van kavelruil wordt een bijzondere kracht toegekend: zakelijke werking. Door de zakelijke werking van de ingeschreven overeenkomst zijn niet alleen de rechtsopvolgers onder algemene titel, maar ook die onder bijzondere titel aan de overeenkomst gebonden, aldus artikel 86 lid 1 WILG.2 Deze verkrijgers kunnen nu niet meer zomaar hun medewerking aan de overeenkomst weigeren, hetgeen het risico op ‘ineenstorten’ van de kavelruil door weigerachtige deelnemers verkleint. Bruil betitelt de zakelijke werking van de ingeschreven overeenkomst treffend als het ‘civiel effect’ van een kavelruil.3
De zakelijke werking is geïntroduceerd in de Landinrichtingswet.4 Onder de Ruilverkavelingswet 1954 was een rechtsopvolger onder bijzondere titel die zijn medewerking weigerde slechts aansprakelijk op grond van een onrechtmatige daad, aangezien hij door de weigering de uitvoering van de kavelruil onmogelijk maakte en aldus meewerkte aan de wanprestatie van zijn tegenpartij.5 Door de zakelijke werking kan men de weigeraar rechtstreeks op grond van artikel 86 lid 1 aanspreken door hem te wijzen op de verplichting tot medewerking, voortvloeiend uit dit artikel.6 Desnoods kan de weigeraar worden gedwongen mee te werken aan de notariële akte als bedoeld in artikel 85.7 Het collectieve (kavelruil)belang gaat daarbij voor het individuele belang van de weigeraar. Dus zelfs bij dit vrijwillige landinrichtingsinstrument is een zekere vorm van ‘dwang’ mogelijk.
Overigens ware het beter geweest indien de wetgever de artikelen 85 lid 1 (inschrijving in de openbare registers) en 86 lid 1 (zakelijke werking) zou hebben samengevoegd in artikel 86. In lid 1 zou dan de tekst van artikel 85 lid 1 kunnen worden opgenomen (‘de overeenkomst van ruilverkaveling wordt schriftelijk aangegaan en ingeschreven in de openbare registers’), gevolgd door weergave van het gevolg van de inschrijving in lid 2 (zakelijke werking), zoals onder de Liw in artikel 119 lid 1 en 2 het geval was.8 Door de eis van inschrijving in de openbare registers te plaatsen in een separaat artikel en niet te ‘verschuilen’ in een algemene definitie, wordt er voor de kavelruil, met nog meer zekerheid dan thans het geval is, voldaan aan het voorschrift van artikel 3:17 BW (het is dan nog duidelijker dat de overeenkomst van kavelruil valt onder het bereik van de zinsnede ‘feiten waarvan inschrijving krachtens andere wetsbepalingen mogelijk is’) en is absoluut zeker dat de kavelruilovereenkomst een in de openbare registers inschrijfbaar feit is.