Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/2.5.2.3.3
2.5.2.3.3 Fiscaliteit
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633571:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken IIKamerstukken II 2008/09, 31930, nr. 3, p. 17.
Bijlage 2 bij NotaGrondrechten in een pluriforme samenleving van 17 mei 2004, Kamerstukken II 2003/04, 29614, nr. 2, p. 31 en Kamerstukken II 1989/90, 21335, nr. 3, p. 2.
De Vakstudie Algemeen Deel, aant. 4.13.21 bij artikel 5b AWR, Levensbeschouwelijke instellingen, onder verwijzing naar Hof Den Haag 31 jan 1992, ECLI:NL:GHSGR:1992:AW5710, V-N 1992, p. 1673.
Zie met name Hof Den Haag 28 juli 2010, ECLI:NL:GHSGR:2010:BO0274, V-N 2010/63.21, r.o. 6.1.1- 6.14; Rechtbank Haarlem 5 januari 2010, nr.08/07301, NTFR 2010/999, r.o. 4.3.2 en 4.3.3.
Hof Den Haag 28 juli 2010, ECLI:NL:GHSGR:2010:BO0274, V-N 2010/63.21, r.o. 6.1.3.
Hof Den Haag 28 juli 2010, ECLI:NL:GHSGR:2010:BO0274, V-N 2010/63.21, r.o. 6.1.1.
Hof Den Haag 28 juli 2010, ECLI:NL:GHSGR:2010:BO0274, V-N 2010/63.21, r.o. 6.1.4.
Hof Den Haag 28 juli 2010, ECLI:NL:GHSGR:2010:BO0274, V-N 2010/63.21, r.o. 6.1.4.
De fiscale wetsgeschiedenis bevat geen definitie van het begrip levensbeschouwing of levensbeschouwelijke instelling.1 In navolging van de grondwetgever laat de fiscale wetsgeschiedenis zien dat godsdienst en levensovertuiging naar aard en gerichtheid elk een eigen karakter vertonen maar dat deze verschillen voor wat betreft de waarborging van vrijheid, bescherming en staatsrechtelijke gelijkheid niet van invloed mogen zijn.2 Net als bij godsdienst geldt ook hier dat de uitleg van het begrip levensbeschouwing aan de rechter wordt overgelaten. Wel blijkt uit de wetsgeschiedenis dat hieronder geen organisaties vallen die zich in belangrijke mate bezighouden met actievoeren of met (semi)commerciële activiteiten.3 Wegens de pluriformiteit van de Nederlandse samenleving vond de fiscale wetgever dat hij geen scherpomlijnde definitie van het begrip levensbeschouwing of levensbeschouwelijke instelling kon geven. De toenmalige staatssecretaris van Financiën verwachtte in 1990 niet dat deze begrippen in de praktijk grote interpretatieproblemen zouden opleveren.4 In de parlementaire geschiedenis worden atheïsme, humanisme en vrijmetselarij aangemerkt als levensbeschouwing of levensovertuiging.5 Over het boeddhisme laat de wetgever zich niet uit. De westerse variant van het boeddhisme beschouwt zichzelf als een levensbeschouwing,6 terwijl de oosterse variant vanwege het devotionele als een religie kan worden aangemerkt.
Interessant is in dit verband hoe de fiscale rechter vrijmetselarij beziet.7 Aan de ene kant zou vrijmetselarij een religie kunnen zijn omdat zij het heilige weergeeft in het symbool ‘Opperbouwmeester des Heelals’ en gemeenschappelijke godsverering centraal stelt. Aangezien de vrijmetselarij echter geen leer verkondigt en haar symbolische godsbeeld niet antropomorf maar abstract is, ziet Hof Den Haag vrijmetselarij als een levensbeschouwing, in het bijzonder als religieus humanisme, dat zich niet aan een geloofstraditie bindt.8 De vrijmetselarij wil immers door middel van haar ritus laten zien dat aan de verscheidenheid in de wereld een ordening ten grondslag ligt en haar doel is de totstandkoming van de broederschap der mensheid.9 Daarentegen zijn sommige vrijmetselaarsauteurs van mening dat vrijmetselarij geen levensbeschouwing is, omdat geen leer of ideologie wordt verkondigd.10 Omdat het begrip levensbeschouwelijke instelling (alsook levensbeschouwing) een rechtsbegrip is, is echter voor de anbi-regeling de uitleg die de rechter aan dit concept geeft doorslaggevend.11