Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/13.1:13.1 Inleiding
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/13.1
13.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS484826:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Mijnssen/Van Dam/Van Velten 2002 (3-II), p. 186; Davids 1994, p. 27; Vandenberghe 1997 (p. 313) spreekt over een ‘conventionele mandeligheid’. Ploeger 1997 (p. 231) merkt terecht opdat de term contractuele mandeligheid verwarrend kan zijn nu er meer vereist is voor het doen ontstaan van mandeligheid ex art. 5:60.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een van de eisen voor het ontstaan van mandeligheid ingevolge art. 5:60 is een rechtshandeling houdende bestemming van een onroerende zaak tot gemeenschappelijk nut van meerdere erven. Deze rechtshandeling is nader aan te duiden als een (bestemmings)overeenkomst.1 De wet verbindt aan deze overeenkomst de gevolgen zoals omschreven in art. 5:63. Dit artikel luidt:
Het recht op een mandelige zaak kan niet worden gescheiden van de eigendom der erven.
Een vordering tot verdeling van een mandelige zaak is uitgesloten.’
Er laten zich derhalve in de omschrijving van mandeligheid op grond van art. 5:60 drie elementen onderscheiden:
de (bestemmings)overeenkomst: de inhoud van deze overeenkomst is het bestemmen van een onroerende zaak tot gemeenschappelijk nut van meerdere erven met als rechtsgevolgen:
het onverdeeld aandeel in de onroerende zaak krijgt een afhankelijk karakter;
verdeling van de onroerende zaak wordt uitgesloten.
De centrale vraag in dit hoofdstuk is of de onder a genoemde overeenkomst als een obligatoire overeenkomst dan wel als een zakelijke overeenkomst dient te worden aangemerkt. Voorts komt de vraag aan de orde of de bestemmingsovereenkomst van art. 5:60 past in ons causale stelsel.