Financiële controle in het gemeenterecht
Einde inhoudsopgave
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/§5.1.:§5.1. Inleiding
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/§5.1.
§5.1. Inleiding
Documentgegevens:
dr. W. van der Woude, datum 21-09-2011
- Datum
21-09-2011
- Auteur
dr. W. van der Woude
- Vakgebied(en)
Overheidsfinanciën (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk wordt de controle van de jaarrekening door de gemeenteraad onder de loep genomen. Na het opstellen van de jaarrekening door het college en het accountantsonderzoek is het aan de gemeenteraad om zowel een juridische als een politieke duiding te geven aan de gegevens die naar voren komen uit de jaarrekening en de bevindingen van de accountant. De belangrijkste vragen die daarbij aan de orde komen, betreffen de aard en de reikwijdte van het raadsonderzoek. Na het voorgaande hoofdstuk zal het geen verbazing wekken dat hierbij bijzondere aandacht uitgaat naar de rechtmatigheidscontrole die deel uitmaakt van het onderzoek door de raad. Aan de hand van de uitkomsten van deze controle moet worden gekeken naar nut en noodzaak van de in de Gemeentewet voorziene vervolgstappen• indemniteit en décharge. Hoewel in de wetenschappelijke discussie over comptabele verantwoordelijkheid de aandacht voor rechtmatigheidstoetsing de boventoon voert, zal in dit hoofdstuk juist ook worden gekeken naar de politieke verantwoording, die in het kader van het vaststellen van de jaarrekening moet worden afgelegd en naar de eventuele politieke sancties die naar aanleiding van de behandeling van de jaarrekening kunnen worden opgelegd. Getracht zal worden het inherente spanningsveld te verkennen tussen de juridische en de politieke oordelen die in de rekeningprocedure worden geveld. Aan de hand daarvan zullen voorstellen tot wijziging van de thans geldende regeling worden ontwikkeld. Verder zal in een afzonderlijke paragraaf worden stilgestaan bij de 'in rechte gebleken onregelmatigheden' uit art. 199 Gemeentewet. Tot slot zal — evenals in de voorgaande hoofdstukken — worden bezien in hoeverre de op dit vlak doorgevoerde wijzigingen kunnen worden beschouwd als een versterking van de positie van de gemeenteraad.