NJB 2025/2175
Schumacker-doctrine. Prejudiciële vragen (deel 1).
HR 18-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:889
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 juli 2025
- Magistraten
Mrs. Van Eijsden, Feteris, Boerlage, Cools, Van der Voort Maarschalk
- Zaaknummer
22/02356
22/02359
22/02362
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 18‑07‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 18‑07‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 18‑07‑2025
ECLI:NL:HR:2025:1158, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑07‑2025
ECLI:NL:HR:2025:1161, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑07‑2025
ECLI:NL:HR:2025:889, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑07‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 18‑07‑2025
ECLI:NL:PHR:2023:441, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 31‑03‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:440, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 31‑03‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:442, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 31‑03‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:373, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 31‑03‑2023
- Wetingang
(art. 7.8 Wet IB 2001)
Essentie
Schumacker-doctrine. Prejudiciële vragen (deel 1).
Uitspraak
Hoge Raad, onder meer:
‘Prejudiciële vragen
De Hoge Raad verzoekt het Hof van Justitie de volgende vragen over de uitleg van het Unierecht te beantwoorden:
1. Moet artikel 45 VWEU aldus worden uitgelegd dat een niet-ingezeten belastingplichtige die in een lidstaat werkzaamheden in loondienst (heeft) verricht, zich bij de heffing van inkomstenbelasting ten opzichte van deze werkstaat slechts in een vergelijkbare situatie als een ingezetene bevindt indien hij zijn belastbare inkomen geheel of nagenoeg geheel in die werkstaat heeft verworven?
2. Indien vraag 1 ontkennend wordt beantwoord, is ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.