Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/4.5.5.7:4.5.5.7 Proceskosten
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/4.5.5.7
4.5.5.7 Proceskosten
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS577571:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie over strooischade nader Tzankova 2005; Tzankova 2007b, p. 171 e.v.
De Commissie voelt zich gestimuleerd deze maatregelen te nemen nu het Gemeenschapsrecht en het EVRM voor civiele vorderingen een doeltreffende toegang tot de rechter verlangen. Voor een doeltreffende toegang tot de rechter is het echter niet noodzakelijk dat de eiser geen proceskosten hoeft te betalen. De argumentatie van de Commissie wekt dan ook enige bevreemding.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Proceskosten spelen een belangrijke rol bij de overweging om al dan niet een vordering bij de burgerlijke rechter in te stellen. Bij relatief kleine individuele schades (strooischade) vormen, naast de juridische aspecten, ook de financiële en organisatorische aspecten een belangrijk obstakel.1 Er zullen zich in verband met de proceskosten voldoende betalende eisers moeten melden, voordat een collectieve actie aanhangig wordt gemaakt. Daarnaast moeten de gedupeerden ook nog eens de moeite doen zich te organiseren.
De Commissie overweegt om voor te schrijven dat de in het ongelijk gestelde verzoekers slechts in de kosten worden veroordeeld indien zij kennelijk onredelijk hebben gehandeld door de zaak voor de rechter te brengen. Een andere mogelijkheid zou zijn de rechter de discretionaire bevoegdheid te verlenen om bij de aanvang van een proces te bevelen dat de verzoeker geen kosten zal moeten dragen, zelfs niet indien hij in het ongelijk zou worden gesteld (zie over de financiering van collectieve acties § 8.6).2