Klachtdelicten
Einde inhoudsopgave
Klachtdelicten (SteR nr. 65) 2024/2.3.1:2.3.1 Totstandkoming van het Wetboek van Strafrecht 1886
Klachtdelicten (SteR nr. 65) 2024/2.3.1
2.3.1 Totstandkoming van het Wetboek van Strafrecht 1886
Documentgegevens:
J.L.F. Groenhuijsen, datum 13-02-2024
- Datum
13-02-2024
- Auteur
J.L.F. Groenhuijsen
- JCDI
JCDI:ADS946230:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het Wetboek van Strafrecht van 1886 heeft een zeer lange aanloop gekend. De weerstand ten aanzien van de nog altijd geldende Code Pénal groeide gedurende de negentiende eeuw. Bosch beschrijft dat de Code Pénal in die tijd – vanwege de vele wijzigingswetten – het aanzien van een lappendeken had gekregen.1 Zowel met de indeling van het wetboek, als met de redactie van de artikelen, was veel mis. Via de wet van 29 juni 1854 is gepoogd de Code Pénal te verbeteren, waarna Modderman in 1863 in diens proefschrift ageerde tegen deze wet en pleitte voor een grondige hervorming van het strafrecht en de invoering van een nationaal wetboek.2 Deze voorgeschiedenis leidde tot het startschot voor de totstandkoming van het Wetboek van Strafrecht uit 1886 met het Koninklijk Besluit van 28 september 1870 waarin een Staatscommissie werd benoemd die de opdracht kreeg een strafwetboek samen te stellen. Pas vijf jaren later werd op 13 mei 1875 het wetsontwerp van de Staatscommissie aan de Koning overgelegd, waarna in 1879 het ontwerp van wet tot vaststelling van een Wetboek van Strafrecht – het zogenoemde Oorspronkelijk Regeerings-Ontwerp (ORO) – aan de Tweede Kamer is toegezonden. In 1880 volgt het Gewijzigd Ontwerp (GO).3 Na beraadslagingen in de Tweede en Eerste Kamer is de wet tot vaststelling van het Wetboek van Strafrecht op 3 maart 1881 door de Koning goedgekeurd en geplaatst in het Staatsblad.4
Daarmee was de verwezenlijking van het Wetboek van Strafrecht echter nog niet gegeven. De inwerkingtreding van het wetboek was immers afhankelijk gesteld van een nadere regeling bij wet. Om tegemoet te komen aan de bezwaren van de Eerste Kamer tegen het wetsontwerp dienden verschillende wetten en reglementen, onder andere penitentiaire regelgeving, te worden opgesteld en aangepast.5 Er volgde een tweede wetgevingstraject, ingezet door toenmalig minister van Justitie baron du Tour van Bellinchave. Dit leidde tot een gewijzigd ontwerp van het Wetboek van Strafrecht, waaraan wordt gerefereerd als het Nader Gewijzigd Ontwerp (NGO). De Tweede en Eerste Kamer beraadslaagden hierover in oktober 1885 en januari 1886, waarna de wet houdende wijzigingen in het bij de wet van 3 maart 1881 vastgestelde Wetboek van Strafrecht door de Koning op 15 januari 1886 is goedgekeurd en is geplaatst in het Staatsblad.6 Invoering van het Wetboek van Strafrecht werd bij wet van 15 april 1886 bepaald op 1 september 1886.7