Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/8.2.1.a.i
8.2.1.a.i Het Savigniaans-conflictenrechtelijke model
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS466467:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. ook alinea 497 hiervoor.
Op die premisse valt wel iets af te dingen, maar dat komt hierna in par. 8.2.1 onder (a)(ii) aan de orde.
Zie Strikwerda 2008 (Inleiding), p. 29 e.v.
Interessant zijn in dit verband de uitvoerige bespiegelingen van Raynard 1990, p. 219-411.
Von Savigny 1849, p. 108. Zie par. 5.1.2 onder (b).
Zie Strikwerda 2008 (Inleiding), p. 35 e.v.
Vgl. ook alinea 1033 hiervoor. Ook de morele rechten zijn in essentie alleenrechten, hoogstpersoonlijke alleenrechten. Het volgrecht is een afwijkend recht: het is geen alleenrecht. Het volgrecht blijft hier buiten beschouwing.
Die benaming lijkt te kunnen worden teruggevoerd op politieke machinaties in de tijd van de Franse Revolutie, tijd waarin privileges en monopolies radicaal werden afgeschaft. Ook auteursrechten, octrooirechten enz. liepen dus gevaar, want zij zijn ook privileges, monopolies. Om hen te behoeden voor afschaffing, hebben hun voorstanders er het etiket 'eigendomsrecht' op geplakt — zo werden zij gespaard, sterker nog: zo kon hun bescherming zelfs nog worden uitgebreid. Vgl. onder meer Gerbrandy 1946, p. 2-3; M. Plaisant 1949, p. 6; Den Hertog 1976, p. 31-32. Vgl. ook Boucher 1932, p. 36-37; Ladas 1975, p. 1-3. Ook in later tijden is het etiket `eigendomsrecht' gebruikt om bescherming uit te breiden. Vooral voor het auteursrecht zijn grote woorden gebruikt om bescherming uit te breiden. Het spreekt voor zich dat men bij de conflictenrechtelijke rechtsvinding daar doorheen moet kijken.
Het pleidooi voor een nieuwe naam is zeker niet nieuw, zie bijvoorbeeld reeds Foelix 1844, p. 764 (voorstel: `protection légale contre la contrefagon'). Vooral Picard wordt in dit verband genoemd; hij stelde de naam `intellectuele rechten' (`droits intellectuels') voor, zie Picard 1883, p. 584. In deze studie is om redenen van duidelijkheid gekozen voor de traditionele benaming 'intellectuele-eigendomsrechten'.
Von Bar 1889, Bd. II, p. 234-235. Zie ook noot 76 van dit hoofdstuk 8.
Zie par. 5.3.3 onder (b)(iii).
BGH 16 juni 1994, GRUR Int. 1994, p. 1044-1046 (Folgerecht bei Auslandsbezug). Vgl. ook in de context van de naburige rechten HvJ EG 14 juli 2005, nr. C-192/04, Jur. 2005, p. 1-7199; NJ 2006, 467 (Lagardère), to. 46.
Men kan zich dat concreet voorstellen door de rechtsverhouding te concretiseren als de rechtsverhouding tussen de rechthebbende en degene die een voorbehouden handeling heeft verricht. Het nauwst bij die rechtsverhouding betrokken land, is dan dus het land waar de voorbehouden handeling is verricht. Dat is dus het land waar het desbetreffende alleenrecht geldt — ziedaar de lex loci protectionis-verwijzing Vgl. Von Bar 1889, Bd. II, p. 235-236: 'Aus der Natur des Verbietungsrechts, welches sich gegen die sonst bestehende allgemeine Freiheit richtet, folgt der Hauptgrundsatz, welcher in internationaler Beziehung das gesammte Gebiet beherrschen muss: Der Autor, Erfinder, überhaupt Derjenige, welcher irgend eines der sg. immateriellen Rechte aus seiner Person (oder der seines Rechtsvorgängers) geltend macht, kann dies nur unter denjenigen Voraussetzungen und mit denjenigen Wirkungen, welche bestimmt sind, durch die Gesetzgebung desjenigen Landes, in welchem die gegen sein Verbietungsrecht verstossende Handlung begangen wird.' Deze concretisering dient ter verduidelijking, maar men dient voor ogen te houden dat het uiteindelijk gaat om het exclusiviteitsgebied. Zoals Troller 1952, p. 61-62 heeft opgemerkt: ' Die Immaterialgüterrechte sind auch nicht innerhalb des Staatsgebietes auf einen bestimmten geographischen Punkt bezogen (…). Das Verbot betrifft die potentiell überall gegenwärtige Idee, deren Materialisation für das ganze Gebiet Unbefugten verwehrt wird.'
Over de term 'territorium protectionis', zie noot 501 van hoofdstuk 5, alsook par. 5.3.3 onder (b)(ii). Er zijn vele andere aanknopingsfactoren te bedenken, maar zij leiden niet tot aanwijzing van een nauwer betrokken land. Bijvoorbeeld: de nationaliteit van één der partijen bij de rechtsverhouding; de woon- of verblijfplaats van één van hen; de plaats van eerste publicatie van het werk of het merk; de plaats waar het werk of het merk werd gecreëerd of waar de uitvinding werd gedaan; de plaats waar de geadieerde rechter zetelt. Een bespreking van deze niet relevante aanknopingsfactoren blijft hier achterwege; zie daarover uitvoerig Raynard 1990, p. 355411. Over de (on)waarde van veel van deze aanknopingsfactoren in ons tijdsgewricht, zie par. 8.2.1 onder (c).
Het moge ondertussen duidelijk zijn dat in dit rechtsvindingsprocédé de kwalificatie van intellectuele-eigendomsrechten als alleenrechten van cruciaal belang is. Wie intellectuele-eigendomsrechten bijvoorbeeld kwalificeert als persoonlijkheidsrechten, zal op conflictenrechtelijk vlak immers al gauw bij een verwijzing naar het nationale recht van de schepper uitkomen; en wie hen kwalificeert als eigendomsrechten, komt waarschijnlijk uit bij een lex rei sitae-verwijzing. Deze kwalificaties zijn evenwel, als gezegd, onjuist. Intellectuele-eigendomsrechten zijn in de kern genomen niets anders dan alleenrechten. Anders Schack 1979, p. 43, die de kwalificatie (van een auteursrecht) als alleenrecht achterhaald vindt ' da sie der schöpferischen Tätigkeit des Urhebers nicht gerecht wird.'
1117. Savigniaans model. Onderzoeken wij eerst welke conflictregel wordt gevonden volgens het Savigniaanse conflictenrechtelijke model zoals dat tegenwoordig alom is aanvaard.1 Premisse is dan dat het intellectuele-eigendomsrecht zuiver privaatrecht is, waarvoor (dus) het Savigniaanse model geldt.2
1118. Wij gaan nu dus anders te werk dan in par. 5.3: toen zochten wij naar het Savigniaanse equivalent van een gegeven, statutistische conflictregel; thans converteren wij niet een gegeven regel, maar ontwerpen wij een nieuwe regel — een Savigniaanse meerzijdige conflictregel, een verwijzingsregel die neutraal, indirect en abstract is.3 Wij beginnen dus met een schone lei, en stellen ons de vraag wat volgens het Savigniaanse model de meest geëigende conflictregel voor het intellectuele-eigendomsrecht is.4 Het antwoord moet worden gevonden aan de hand van de Sitz-formule van Von Savigny. Bij de Savigniaans-conflictenrechtelijke rechtsvinding gaat het er immers om "dass bei jedem Rechtsverhältniss dasjenige Rechtsgebiet aufgesucht werde, welchem dieses Rechtsverhältniss seiner eigenthümlichen Natur nach angehürt oder unterworfen ist (worin dasselbe seinen Sitz hat)."5 Moderner geformuleerd: de aanknopingsfactor van de op te stellen verwijzingsregel dient zo te worden bepaald dat hij, gezien de aard van de rechtsverhouding, in het normaal-typische geval leidt tot toepassing van het rechtsstelsel van het land dat het nauwst bij de rechtsverhouding is betrokken.6
1119. Aard van het intellectuele-eigendomsrecht. Bezien wij daartoe eerst de aard van de intellectuele-eigendomsrechten nader. Wat is een intellectuele-eigendomsrecht? Welnu, een intellectuele-eigendomsrecht is in essentie een alleenrecht, een monopolie, een exclusiviteitsrecht.7 De rechthebbende heeft het uitsluitend recht om bepaalde handelingen te verrichten ten aanzien van het beschermde object: de auteur heeft het uitsluitend recht om zijn werk openbaar te maken en te verveelvoudigen; de octrooihouder heeft het uitsluitend recht om het geoctrooieerde te vervaardigen, te gebruiken, in het verkeer te brengen, enz. Intellectuele-eigendomsrechten zijn dus alleenrechten, zij zijn geen persoonlijkheidsrechten of eigendomsrechten. De ingesleten benaming 'intellectuele-eigendomsrechten' is dan ook misleidend.8 Men zou een andere benaming moeten gebruiken, bijvoorbeeld 'intellectuele-exclusiviteitsrechten' .9 Hoe dan ook, het gaat dus om alleenrechten, monopolies, exclusiviteitsrechten. En deze alleenrechten kan men ook 'verbodsrechten' noemen. De auteur, octrooihouder, enz. kan immers anderen verbieden om de voorbehouden handelingen te verrichten ten aanzien van het beschermde object. Nog steeds juist is derhalve de volgende constatering van Von Bar anno 1889 (door hemzelf "unbestreitbar" genoemd):
"Das sg. Urheberrecht oder geistige Eigenthum ist daher im Wesentlichen ein Verbietungsrecht, eine Beschränkung der allgemeinen Freiheit zu Gunsten des Urhebers, und daran ändert auch nichts der Umstand, dass man diese Beschränkung der allgemeinen Freiheit als etwas Natürliches, Selbstverständliches betrachtet oder zu betrachten angefangen hat, und ebensowenig der Umstand, dass auf dem Hintergrunde der allgemeinen Beschränkung der Freiheit die allein übrig gebliebene Freiheit des Urhebers, seine Leistung in bestimmter Weise zu benutzen, nunmehr die charakteristischen Züge eines Privatrechtes annimmt, welches vererblich, veräusserlich wird, und was die Hauptsache ist, einen bedeutenden Vermögenswerth erhalten kann(…).”10
1120. Territorialiteit intellectuele-eigendomsrechten. Intellectuele-eigendomsrechten zijn in hun gelding, zo is in hoofdstuk 5 reeds aan de orde gekomen, territoriaal begrensd.11 Zoals het Bundesgerichtshof het treffend verwoordde: intellectuele-eigendomsrechten zijn rechten die "in ihrer Geltung räumlich auf das Territorium des Staates begrenzt sind, der sie individuell verleiht oder under bestimmten Voraussetzungen generell anerkannt."12 Deze territorialiteit — territorialiteit van het geldingsbereik — is het gevolg van (volkenrechtelijke) soevereiniteit. In onze wereld, die is geordend in soevereine staten, heeft een wetgever niet de bevoegdheid om een alleenrecht te vestigen voor het grondgebied van een andere staat. Dat zou een volkenrechtelijk 'ultra vires' opleveren. Vanuit het intellectuele-eigendomsrecht bezien ligt er dus een raster van territorialiteit over de wereld. En omdat wetgevingen nu eenmaal verschillen, is het heel goed denkbaar dat voor bijvoorbeeld één en dezelfde uitvinding in het ene land wél, en in het andere land geen monopolie wordt gevestigd. Tegelijkertijd kan volledigheidshalve worden opgemerkt dat met deze territorialiteit — de door het volkenrecht opgelegde territoriale beperking van de wetgevende macht — op zichzelf nog niet is gezegd dat de conflictregel noodzakelijkerwijs óók territoriaal geaard moet zijn.
1121. Sitz. Naar die conflictregel gaan wij nu op zoek. Daarvoor keren wij terug naar de Sitz-formule. Wat is de "Rechtsverhältniss" die ergens moet worden thuisgebracht? Welnu, dat is de rechtsverhouding tussen degene die bepaalde behandelingen wél mag verrichten, en degene die dat niet mag. In welk "Rechtsgebiet" hoort die rechtsverhouding "seiner eigenthümlichen Natur nach" thuis? Welk land is het nauwst bij die rechtsverhouding betrokken? Het onvermijdelijke antwoord is: het land waar deze exclusiviteit heerst.13 Dus: het land waar het desbetreffende alleenrecht geldt. Anders gezegd: het land voor welks grondgebied de bescherming wordt ingeroepen. De aanknopingsfactor is dus de locus protectionis, beter gezegd: het territorium protectionis.14 Toepassing van het Savigniaans-conflictenrechtelijke rechtsvindingsprocédé leidt dus tot de lex loci protectionis-verwijzingsregel.15 Dat geldt zowel voor het industriële-eigendomsrecht als voor het auteursrecht.