RFR 2025/49
Biedt art. 1:253n BW een grondslag om door de rechter aan de ouders gezamenlijk opgedragen gezag op grond van art. 1:253c BW te wijzigen?
HR 29-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1775
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
29 november 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
24/01445
- Conclusie
A-G mr. F. Ibili
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD8280:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Gezag en omgang
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1775, Uitspraak, Hoge Raad, 29‑11‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:952, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 27‑09‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 12‑04‑2024
- Wetingang
Art. 1:253c, 1:253n BW
Essentie
Biedt art. 1:253n BW een grondslag om door de rechter aan de ouders gezamenlijk opgedragen gezag op grond van art. 1:253c BW te wijzigen?
Samenvatting
Uit de inmiddels verbroken relatie van de moeder en de vader is in 2010 een zoon geboren. Het kind is door de vader erkend. Op verzoek van de vader belastte de rechtbank de vader en de moeder op grond van art. 1:253c BW met het gezamenlijk gezag over de minderjarige. Ruim een jaar later zette de rechtbank het gezamenlijke gezag op verzoek van de vader om in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.