Einde inhoudsopgave
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/1.9
1.9 Indeling volgende hoofdstukken
Mr. A.J. Tekstra, datum 26-04-2011
- Datum
26-04-2011
- Auteur
Mr. A.J. Tekstra
- JCDI
JCDI:ADS606004:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal ondernemingsrecht (V)
Invordering / Verrekening
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor de status van de Leidraad Invordering 2008 Vetter /Wattel/Van Oers 2009, p. 7-8. Kort samengevat, bevat deze Leidraad beleidsregels, die op grond van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur bindend zijn voor de ontvanger. De belastingplichtige dient wel zelf een beroep op deze regels te doen. De regels van de Leidraad vormen recht in de zin van art. 79 Wet RO en kunnen derhalve door de rechter inhoudelijk worden beoordeeld, ook in cassatie. De Leidraadbepalingen mogen niet ten nadele van de belastingplichtigen en ander belanghebbenden afwijken van de regels van de Iw 1990. Daarnaast bestaat er een zeer uitgebreide Instructie Invordering en Belastingdeurwaarders (die omvat bijna 880 bladzijden). Deze is bedoeld als interne instructie voor de belastingdienst, maar is op de website van de belastingdienst te vinden en aldus voor eenieder te raadplegen. Deze Instructie bevat in hoofdstuk 11 aanwijzingen voor verrekening door de fiscus. Die komen in dit onderzoek nog nader aan de orde.
Zie art. 24 lid 1, derde volzin, 1w 1990.
De in § 1.5 geformuleerde onderzoeksvragen komen op de volgende wijze aan bod.
In hoofdstuk 2 zal worden behandeld wat de vereisten voor de civielrechtelijke verrekening volgens het BW zijn. Daarbij komt met name aan de orde op welke onderdelen in artikel 24 Iw 1990 - en de daarop voortbouwende regels uit de Leidraad Invordering 20081 - van de civielrechtelijke regels uit het BW wordt afgeweken (onderzoeksvraag a). Deze afwijkingen zullen als uitgangspunt dienen voor het verdere onderzoek. Om die reden worden zij als eerste behandeld.
In hoofdstuk 3 wordt, met name aan de hand van rechtspraak, aangegeven op welke wijze verrekening plaatsvond vóór de invoering van artikel 24 Iw 1990. Toen bestond geen specifieke regeling voor verrekening door de fiscus en ging de wet - de Iw 1845 - uit van een gesloten systeem van invordering door de fiscus. In het arrest Beoosten de Vecht uit 1924 besliste de Hoge Raad dat een belastingplichtige niet eigenhandig tot verrekening van een belastingschuld mocht overgaan. De Hoge Raad oordeelde in 1993 in het arrest Nieuwkoop /Ontvanger dat verrekening buiten het gesloten systeem van invordering van de Iw 1845 viel. Het is zinvol om de rechtspraak uit deze periode te behandelen, daar die aangeeft hoe de verrekening door de fiscus zich heeft ontwikkeld in de situatie dat de fiscale verrekening niet wettelijk geregeld was.
In hoofdstuk 4 wordt de wetsgeschiedenis van artikel 24 Iw 1990 behandeld, vooral met betrekking tot de afwijkingen van de civielrechtelijke verrekening. Daarbij wordt nagegaan welke gronden de wetgever heeft aangevoerd om de afwijkingen te rechtvaardigen (onderzoeksvraag b).
In hoofdstuk 5 wordt de rechtspraak met betrekking tot artikel 24 Iw 1990 behandeld en geanalyseerd, voor zover die relevant is voor het beantwoorden van de onderzoeksvragen. Ook de reactie van de wetgever op voor de fiscus niet welgevallige jurisprudentie komt aan de orde.
In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op verrekening door de fiscus tijdens insolventie. Aangezien de verrekeningsregels van de Fw in artikel 24 Iw 1990 van toepassing worden verklaard,2 kunnen zij bij faillissement, surseance van betaling of scheldsanering natuurlijke personen ook door de fiscus worden ingeroepen. In een dergelijke situatie wordt de verrekeningsbevoegdheid van de ontvanger in beginsel gelijkgetrokken met de verrekeningsmogelijkheden van andere partijen. Daarnaast zal de curator of de bewindvoerder naar het lijkt niet worden belemmerd door artikel 24 Iw 1990 als hij of zij jegens de fiscus tot verrekening wenst over te gaan. Bedacht moet worden dat de fiscale verrekeningsgevallen bij insolventie vrij ingewikkeld kunnen uitwerken, met name vanwege de aard en status van de onderliggende belastingwetten waaruit de fiscale schuld of vordering voortvloeit. Aan de hand van diverse casusposities wordt onderzocht wat daarvan de consequenties zijn.
In hoofdstuk 7 worden aan de hand van de centrale onderzoeksvraag conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. Na hoofdstuk 7 volgt een samenvatting, in het Nederlands en Engels. Daarachter is een schematisch overzicht opgenomen. In dat overzicht worden de overeenkomsten en verschillen tussen de civielrechtelijke verrekening en verrekening op grond van artikel 24 Iw 1990 per onderwerp aangegeven en worden tevens de gedane aanbevelingen vermeld.