Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung & Transaction Avoidance in Insolvencies
Einde inhoudsopgave
Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung & Transaction Avoidance in Insolvencies (R&P nr. InsR1) 2010/3.5.2.1:3.5.2.1 Handelingen om niet of met een waardeverschil
Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung & Transaction Avoidance in Insolvencies (R&P nr. InsR1) 2010/3.5.2.1
3.5.2.1 Handelingen om niet of met een waardeverschil
Documentgegevens:
mr. R.J. de Weijs, datum 15-03-2010
- Datum
15-03-2010
- Auteur
mr. R.J. de Weijs
- JCDI
JCDI:ADS402314:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Insolventierecht / Faillissement
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het Engelse recht volgt een in hoge mate geobjectiveerde benadering ten aanzien van de aantastbaarheid van rechtshandelingen om niet of met een significant waardeverschil. Volgens artikel 238IA is een rechtshandeling om niet of met een significant waardeverschil aantastbaar indien de rechtshandeling binnen twee jaren voor de aanvang van de formele insolventie heeft plaatsgevonden en de schuldenaar toen reeds insolvent was of door het verrichten van de rechtshandeling werd.1 Niet vereist is dat de schuldenaar met een bepaalde subjectieve gesteldheid heeft gehandeld. Nog opvallender is dat ook geen subjectieve criteria ten aanzien van de wederpartij gesteld worden. Dit gaat zelfs zover dat Engelse auteurs schrijven dat de subjectieve gesteldheid van de wederpartij 'irrelevant' is.2 Zo stelt het Engelse recht ten aanzien van rechtshandelingen met een waardeverschil of om niet geen subjectieve vereisten, behoudens een uitzondering voor de schuldenaar die te goeder trouw handelde (artikel 238 lid 5 IA).
Speciale aandacht bij de bespreking van handelingen die de integriteit van het verhaalsvermogen aantasten, vergen die gevallen waarin een schuldenaar die nog niet insolvent is handelingen verricht welke als doel hebben de schuldeisers te benadelen. Artikel 238IA is beperkt in tijd, twee jaren voor de aanvang van insolventie (onset of insolvency), en beperkt tot gevallen waarin de schuldenaar ten tijde van het verrichten van de rechtshandeling insolvent is of wordt. Artikel 423 IA geeft een regeling voor de gevallen waarin de schuldenaar opzettelijk zijn schuldeisers benadeelt of de mogelijkheden van verhaal bemoeilijkt.3 Hierbij geldt niet een dergelijke beperking in tijd en is ook niet vereist dat de schuldenaar reeds insolvent was of werd. Artikel 423 IA vormt daarmee een uitwerking van het basale uitgangspunt dat handelingen die als doel hebben anderen te benadelen, rechtens niet gerespecteerd dienen te worden.
De regeling die waakt tegen handelingen die een inbreuk maken op de integriteit van het verhaalsvermogen bestaat hiermee uit een samenstel van objectieve en subjectieve criteria. Voor zover de schuldenaar kort voor de aanvang van de insolventieprocedure een handeling verricht die de integriteit van zijn vermogen aantast, is de handeling op zuiver objectieve gronden aantastbaar. Daarmee heeft het Engelse recht echter niet kunnen volstaan. Artikel 423IA ziet op de gevallen waarin de schuldenaar opzettelijk de integriteit van zijn vermogen aantast. Ook hier gelden geen subjectieve criteria ten aanzien van de wederpartij.
Zolang het enkel gaat om het terugdraaien van de bevoordeling van de wederpartij, is het niet vreemd dat hier verder geen subjectieve criteria ten aanzien van de wederpartij worden gesteld. Uiteengezet is dat in het Engelse recht aantasting van de gewraakte transactie de wederpartij in de regel niet in een slechtere positie brengt dan waarin deze zou hebben verkeerd zonder de gewraakte handeling.