Einde inhoudsopgave
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/3.4.4.1
3.4.4.1 Rechtsverhoudingen
Chr.M. Stokkermans, datum 28-02-2017
- Datum
28-02-2017
- Auteur
Chr.M. Stokkermans
- JCDI
JCDI:ADS586873:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Van der Ploeg 1973, p. 95.
Kamerstukken II 2003-2004, 28 746, nr. 5, p. 23. Voor een voorbeeld van wisselvertegenwoordiging bij duurovereenkomsten, zie ook HR 8 februari 1980, NJ 1980/316(Yildiz). Dit betrof een als BV i.o. optredende VOF.
Kamerstukken II 2003-2004, 28 746, nr. 5, p. 22 (over restaansprakelijkheid van uitgetreden vennoot die mede partij was bij duurovereenkomst) en Kamerstukken I 2005-2006, 28 746, C, p. 19; in dezelfde zin: Asser/Maeijer & Van Olffen 7-VII* 2010/267.
HR 6 april 1979, NJ 1980/34(Kleuterschool Babbel).
Het betoog van Scholten was niet aan iedereen besteed. Van der Ploeg ging er in 1973 vanuit dat op naam van een VOF staande contracten bij een vennotenwissel op naam van de oorspronkelijke vennoten blijven staan, behoudens contractsoverneming.1 Hij legde de rechtshandeling waarbij in naam van een VOF wordt gecontracteerd dus uit als een rechtshandeling aangegaan in naam van de op dat moment zittende vennoten.
In de context van het Ontwerp-Maeijer leek men even de kant van de wisselvertegenwoordiging op te denken. Over de in dit wetsontwerp voorziene OV heeft de minister opgemerkt dat, voor zover vennoten partij zijn bij een duurovereenkomst waaruit voor de vennootschap verbintenissen voortvloeien, zij zich zullen hebben verbonden in hun hoedanigheid van vennoot, zodat een uittredende vennoot met het wegvallen van die hoedanigheid ook zonder kennisgeving aan de wederpartij niet langer partij is bij zodanige duurovereenkomst.2 Elders heeft de minister weer afbreuk gedaan aan deze gedachte door te suggereren dat een vennoot op basis van artikel 811 van het Ontwerp-Maeijer (dat gaat over handelen in naam van de vennootschap) pro se aan een duurovereenkomst gebonden kan zijn.3 De minister lijkt daarmee bedoeld te hebben dat zij die vennoot zijn op het moment waarop de duurovereenkomst in naam van de vennootschap wordt gesloten, in beginsel ook na hun uittreden uit de vennootschap partij bij die duurovereenkomst blijven. Op de situatie bij andere typen rechtsverhoudingen en de vraag of en hoe nieuwe vennoten partij worden bij bestaande rechtsverhoudingen op naam van de openbare vennootschap, is de minister niet ingegaan.
De broers A en B hebben samen een VOF waarin zij een timmerbedrijf uitoefenen. De VOF heeft werkruimte gehuurd en heeft een kredietlijn met de bank. Tot zekerheid voor wat de VOF van tijd tot tijd aan de bank verschuldigd is, heeft de VOF bepaalde bestaande en toekomstige vorderingen verpand. Vervolgens treden C en D toe en enige tijd later treden A en B uit. Kunnen C/D nu zonder contractsoverneming of cessie de huurbaas aanspreken voor achterstallig groot onderhoud en teruggave van de waarborgsom bij afloop van de huur? Uitgaande van wisselvertegenwoordiging kan dat inderdaad. En wat als A/B bij het aangaan van een overeenkomst hebben gedwaald? Wie kan deze overeenkomst dan vernietigen? Gaat men uit van wisselvertegenwoordiging, dan kunnen C/D dat doen en niet A/B, en dit zonder dat sprake is van contractsoverneming. Doordat A/B hebben gehandeld als bevoegde wisselvertegenwoordigers zijn zij als partij bij de betrokken overeenkomst automatisch vervangen door C/D.
Wisselvertegenwoordiging kan ook aan de orde zijn bij onrechtmatige daad. Blijkens het Babbel-arrest wordt een gedraging (i.c. het maken van een fout) van de ene persoon (i.c. een wethouder) toegerekend aan een andere persoon (i.c. de gemeente), als deze gedraging in het maatschappelijk verkeer als een gedraging van die ander heeft te gelden.4 Op grond van deze formulering kan een onrechtmatige daad worden toegerekend aan een rechtspersoon, maar ook aan een VOF met een op wisselvertegenwoordiging gebaseerde rechtsbevoegdheid. Indien een aan de VOF toegerekende onrechtmatige daad, gepleegd toen A/B nog de vennoten waren, pas wordt ontdekt en tot schade lijdt wanneer C/D de vennoten zijn, kan de VOF (ondanks dat deze nu uit C/D bestaat) alsnog door de benadeelde worden aangesproken.
De procesbevoegdheid van de VOF komt met het idee van de wisselvertegenwoordiging goed uit de verf. Waar de VOF procespartij is, gaat het om de gezamenlijke vennoten van tijd tot tijd, als collectief en rechtssubject.