Het juridische begrip van godsdienst
Einde inhoudsopgave
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/4.5.1:4.5.1 Collectief begrip van godsdienst
Het juridische begrip van godsdienst (SteR nr. 43) 2018/4.5.1
4.5.1 Collectief begrip van godsdienst
Documentgegevens:
mr. drs. A. Vleugel, datum 01-09-2018
- Datum
01-09-2018
- Auteur
mr. drs. A. Vleugel
- JCDI
JCDI:ADS452780:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vanuit communautaristische hoek1 heeft men kritiek geuit op het individualistische mens- en wereldbeeld dat ten grondslag ligt aan liberale stromingen in het denken. Het liberale perspectief miskent volgens de communautaristen dat de mens een relationeel wezen is. De mens zou niet zozeer een autonoom individu zijn maar is veeleer ingebed in een sociale context die stichtend is voor zijn identiteit als individu. Met andere woorden, het bestaan van hechte gemeenschappen is een belangrijke impuls voor de vorming van de identiteit van het individu. In de visie van het communautarisme zou de overheid niet alleen moeten voorzien in een gelijke verdeling van de basisvoorwaarden voor persoonlijke autonomie, maar zou zij ook actief moeten helpen de gemeenschappelijke voorwaarden voor een waardevolle invulling van persoonlijke autonomie in stand te houden.2
Communautaristen hebben een ander begrip van religieuze tolerantie dan de aanhangers van het ideaaltype van liberaal gezindtepluralisme. De liberale religieuze tolerantie heeft geresulteerd in het idee van de individuele vrijheid van godsdienst en levensovertuiging zoals dit als mensenrecht is opgenomen in verschillende westerse constituties. De godsdienstvrijheid kan echter ook vanuit een communautaristisch perspectief worden ingevuld. Deze is dan gebaseerd op het idee dat iedere religieuze groep vrij zou moeten zijn om zijn eigen gemeenschap te organiseren, zelfs als dit in sommige opzichten tegen de liberale beginselen van vrijheid en gelijkheid ingaat. Religieuze tolerantie komt dan in feite neer op het bieden van ruimte voor een zekere mate van zelfregulering. Religieuze gemeenschappen hebben in dit perspectief binnen een overkoepelende staat eigen bevoegdheden tot het maken van wetgeving, bestuur en rechtspraak. Ook hebben ze hun eigen kerken, scholen, vakbonden, verenigingen, etc. Communautaristen hanteren per definitie een collectieve uitleg van de godsdienstvrijheid. Godsdienst is iets dat tot uiting komt in en binnen de gemeenschap.3
Indien we het verschil tussen het ideaaltype van het liberaal gezindtepluralisme en het communautaristisch ideaaltype concentreren op de vraag naar de juridische betekenis van godsdienst, kunnen we stellen dat aan deze idealen een ander juridisch begrip van godsdienst ten grondslag ligt. Binnen een communautaristisch perspectief wordt aan collectieven een grotere mate van autonomie toegekend dan in het perspectief van het ideaaltype van het liberaal gezindtepluralisme. Deze autonomie vertaalt zich onder andere in de bevoegdheid van religieuze collectieven om zelf regels te stellen en recht te spreken over religieuze kwesties. Binnen het perspectief van het ideaaltype van het liberaal gezindtepluralisme bepaalt de staat de mate van religieuze verdraagzaamheid voor alle rechtssubjecten. Religieuze collectieven hebben wel een bepaalde mate van verenigingsvrijheid maar die gaat niet verder dan die van seculiere collectieven. Doordat binnen het communautaristisch perspectief religieuze collectieven een bepaalde autonomie krijgen toegekend wordt ook de vraag wat telt als godsdienst (het begrip godsdienst) ten dele of helemaal door de religieuze collectieven zelf beantwoord. Binnen een communautaristisch perspectief zal men een subjectiverende uitleg van de wettelijk term godsdienst hanteren die uitgaat van een collectief of kring. Het subject is het collectief of de kring. Een bepaald collectief heeft de vrijheid om zichzelf te definiëren. Deze definitie is vervolgens bindend voor de individu- en die behoren tot dat collectief.