Einde inhoudsopgave
Beperkte rechten op eigen goederen (O&R nr. 132) 2022/3.5
3.5 Beperkte rechten op gemeenschappelijke zaken
mr. R.J. ter Rele, datum 01-10-2021
- Datum
01-10-2021
- Auteur
mr. R.J. ter Rele
- JCDI
JCDI:ADS491149:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht / Testamenten
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht (V)
Erfrecht / Gevolgen erfopvolging
Voetnoten
Voetnoten
MüKoBGB Schmidt BGB 2020, §1009, Rn. 8; Staudinger/Thole BGB 2019, §1009, Rn. 7-9; Jauernig/Berger BGB 2021, §1009.
Naast de Grunddienstbarkeit (§1018 BGB) geldt Abs. 2 voor het subjektiv-dingliche Vorkaufsrecht (§1094 Abs. 2 BGB) en de subjektiv-dingliche Reallast (§1105 Abs. 2 BGB).
Motive III, p. 438-439, Mugdan III, p. 245.
Motive III, p. 438-439, Mugdan III, p. 245.
MüKoBGB Schmidt BGB 2020, §1009, Rn. 3; Staudinger/Thole 2019, §1009, Rn. 5.
37. Het BGB geeft in §1009 een algemene regel voor het vestigen van beperkte rechten ten gunste van iemand die mede-eigenaar is van de te bezwaren zaak:
“Belastung zugunsten eines Miteigentümers
(1) Die gemeinschaftliche Sache kann auch zugunsten eines Miteigentümers belastet werden.
(2) Die Belastung eines gemeinschaftlichen Grundstücks zugunsten des jeweiligen Eigentümers eines anderen Grundstücks sowie die Belastung eines anderen Grundstücks zugunsten der jeweiligen Eigentümer des gemeinschaftlichen Grundstücks wird nicht dadurch ausgeschlossen, dass das andere Grundstück einem Miteigentümer des gemeinschaftlichen Grundstücks gehört.”
Volgens Abs. 1 kan ten gunste van een mede-eigenaar van een zaak, op die zaak een beperkt recht worden gevestigd. Abs. 2 ziet op zogeheten subjektivdingliche Rechte. Dat zijn beperkte rechten waarvan de gerechtigdheid is verbonden aan de gerechtigdheid tot een andere zaak.1 De eigenaar van een zaak ten behoeve waarvan een erfdienstbaarheid is gevestigd (heersend erf), is bijvoorbeeld tevens gerechtigd tot de erfdienstbaarheid. Een erfdienstbaarheid kan volgens Abs. 2 worden gevestigd op een dienend erf dat mede-eigendom is van degene die eigenaar is van het heersende erf. Eveneens kan een erfdienstbaarheid worden gevestigd, als de eigenaar van het dienende erf tevens mede-eigenaar is van het heersende erf.2
Volgens de Motive wordt in §1009 BGB een uitzondering gemaakt op de regel dat iemand niet met zichzelf een overeenkomst kan sluiten. Degene ten gunste van wie het beperkte recht wordt gevestigd, handelt enerzijds als deelgenoot van de te bezwaren zaak en anderzijds als gerechtigde van het te vestigen beperkte recht.3
De tekst van §1009 BGB ziet niet op het geval dat iemand een beperkt recht verkrijgt, terwijl hij mede-eigenaar is van de bezwaarde zaak.4 Bij onroerende zaken gaat het beperkte recht sowieso niet door vermenging teniet (§889 BGB). Bij roerende zaken en Rechten treedt volgens de literatuur in die situatie geen vermenging op, omdat de mede-eigenaar belang heeft bij het beperkte recht.5