Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/25.3.3.3:25.3.3.3 Eigendom Grenzwand, bevoegdheden buren
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/25.3.3.3
25.3.3.3 Eigendom Grenzwand, bevoegdheden buren
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS481214:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Aldus voor Beieren ook Bayer/Lindern/Grziwotz 1994, p. 35.
BGH NJW 1977, 1447.
OLG Köln DWW 1975, 164.
BGH NJW 1964, 221 = BGHZ 41 S 177; Schäfer 2006, p. 52; Schäfer 2005, p. 91; Schäfer 1998, p. 84; aldus ook voor Beieren ook Bayer/Linden/Grziwotz 1994, p. 35.
§ 922 BGB is niet van toepassing: BGH NJW 1964, 1221; BGH ZMR 1978,122.
Schäfer 1997, p. 94.
OLG Frankfurt OLGZ 82, 353.
BGH NJW 1964, 1221.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De eigendom van de muur komt uiteraard aan de eigenaar van het erf toe (natrekking: § 93 BGB).1 Er is sprake van een niet-gemeenschappelijke muur welke niet op de erfgrens staat. De eigenaar is en blijft, zolang niet door de buurman is ‘aangebouwd’, bevoegd de muur wederom – geheel of gedeeltelijk – te verwijderen. De buurman heeft geen recht van ‘aanbouw’ en mag de muur (ook anderszins) niet gebruiken. De buurman mag slechts ‘aanbouwen’ met toestemming van de bouwer,2 zulks onder betaling van een vergoeding ter hoogte van de halve waarde van het gebruikte muuroppervlakte vermeerderen met een bedrag wegens het uitsparen van grond (§ 20 NachbG NWen § 14 Thür NachbG). Voor verdere bijzonderheden verwijs ik naar de wettekst die hieronder volgt.
§ 14 Thür NachbG
Der Nachbar darf eine Grenzwand durch Anbau (§ 5 Satz 2) nutzen, wenn der Eigentümer einwilligt.
Der anbauende Nachbar hat eine Vergütung zu zahlen, soweit er sich nicht schon nach § 13 Abs. 4 an den Baukosten beteiligt hat. Auf diese Vergütung ist § 7 Abs. 1, 2 und 4 entsprechend anzuwenden. Die Vergütung erhöht sich um den Wert des Bodens, den der Anbauende gemäß § 4 Abs. 2 bei Errichtung einer Nachbarwand hätte zur Verfügung stellen müssen.
Fur die Unterhaltungskosten der Grenzwand gilt § 8 entsprechend.’
Wordt zonder toestemming aangebouwd dan kan – in beginsel – amotie gevorderd worden (§§ 912 en 1004 BGB).
De toestemming werkt in beginsel slechts tussen de contractspartijen. Rechtsopvolgers onder bijzondere titel zijn daaraan niet gebonden.3 Is evenwel ten tijde van de opvolging onder bijzondere titel ten aanzien van een van beide of beide percelen, de bouw reeds aangevangen dan zijn ook de rechtsopvolgers aan de toestemming gebonden.4 Dit geldt evenzeer indien een erfdienstbaarheid is gevestigd.
Bouwt de buurman aan – al dan niet met toestemming van de eigenaar/bouwer – dan blijft de muur eigendom van de bouwer.5 Een gering aantal auteurs is van mening dat alsdan de muur – indien deze met toestemming wordt gebouwd – in mede-eigendom aan de naburen gaat toebehoren. Er is in die visie sprake van een gemeenschappelijke muur welke niet op de erfgrens staat.
De onderhoudskosten van de Grenzwand zijn voor rekening van de eigenaar.6 Dit lijdt uitzondering in geval van aanbouw door de nabuur. De onderhoudskosten dienen dan bij helfte te worden gedeeld.7 Ten opzichte van de nabuur bestaat geen onderhoudsplicht.
Wordt een gebouw (Anbau) aan de ene zijde van de ‘Grenzwand’ afgebroken en leidt de nabuur daardoor schade (denk aan vochtigheid) dan dient degene die zijn gebouw heeft afgebroken passende maatregelen te nemen.8
Verhoging van de Grenzwand door de buurman, niet-eigenaar van de muur is, zowel voor als na aanbouw zijnerzijds, niet toegestaan.9
Ten slotte: onder omstandigheden is het geoorloofd dat bijvoorbeeld een op de Grenzwand gelegen dakgoot of daklijst boven het naburige perceel hangt (§ 23 NachbG NW).
In dit artikel wordt een uitbreiding gegeven aan de mogelijkheden zoals in § 905 BGB genoemd.