De woon- en vestigingsplaats in de BTW
Einde inhoudsopgave
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/7.4.1:7.4.1 Inleiding
Archief
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/7.4.1
7.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx, datum 10-05-2011
- Datum
10-05-2011
- Auteur
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx
- JCDI
JCDI:ADS401140:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting (V)
Omzetbelasting / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
Omzetbelasting / Plaats van levering en dienst
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJ Berkholz, reeds aangehaald, r.o. 17.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wanneer een ondernemer vestigingen heeft in de vorm van een zetel van bedrijfsuitoefening en één of meer vaste inrichtingen, zal per dienst moeten worden bepaald aan welk van deze vestigingen de dienst dient te worden toegerekend en in welk land dus heffing zal plaatsvinden. Naar het oordeel van het Hof van Justitie heeft de zetel van bedrijfsuitoefening hierbij de voorkeur. Het in aanmerking nemen van een andere inrichting is slechts van belang als aanknoping bij de zetel van bedrijfsuitoefening niet tot een fiscaal rationele oplossing leidt of een conflict met een andere lidstaat doet ontstaan.1 Uit de overwegingen van het Hof volgt zelfs dat deze toets vooraf gaat aan de vraag of überhaupt sprake is van een vaste inrichting. Als de zetel van bedrijfsuitoefening het meest nuttige aanknopingspunt is, hoeft niet meer te worden bezien of er nog andere aanknopingspunten zijn in de vorm van één of meer vaste inrichtingen. In paragraaf 7.4.2 zal nader worden ingegaan op deze toerekening naar het oordeel van het Hof van Justitie. Daarnaast ligt het voor de hand om diensten toe te rekenen aan die vestiging die zich het meeste met het verrichten van de dienst heeft bezig gehouden. In paragraaf 7.4.3 zal worden ingegaan op deze mogelijkheid voor toerekening.