Regres bij concernfinanciering
Einde inhoudsopgave
Regres bij concernfinanciering (VDHI nr. 156) 2019/6.2.4:6.2.4 De jaren dertig 1930-1945: voorzichtige stappen tot codificatie
Regres bij concernfinanciering (VDHI nr. 156) 2019/6.2.4
6.2.4 De jaren dertig 1930-1945: voorzichtige stappen tot codificatie
Documentgegevens:
mr. drs. C.H.A. van Oostrum, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. C.H.A. van Oostrum
- JCDI
JCDI:ADS586185:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Verbintenissenrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hoffmann 1993, p. 61.
Verordnung des Reichspräsidenten über Aktienrecht, Bankenaufsicht und eine Steueramnestie (RGBl. 1931 I, p. 493).
Dettling 1997, p. 71.
Reichsfinanzhofs 30 januari 1930, I A 226/229.
Dettling 1997, p. 76.
Bartman 1989a, p. 13-14; Houwen, Schoonbrood-Wessels & Schreurs 1993, p. 38-39; Dettling 1997, p. 76; Emmerich & Habersack 2013, p. 6.
Bachman, GLJ 2008, p. 1063-1068, p. 1065.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Na een korte periode van deconcentratie aan het begin van de jaren dertig, volgt nieuw concentratiestreven als gevolg van het economische beleid van de Nationaal- Socialisten.1 In dit tijdvak bemoeit de wetgever zich voor het eerst met de rechtsontwikkeling van het concern. Deze bemoeienis met het concernrecht was echter fragmentarisch en niet gericht op het tot stand komen van een alomvattende regeling. Zo beperkte de Brüningsche Notverordnung d.d. 19 september 19312 zich tot regelingen omtrent de inkoop van eigen aandelen, aandeelhoudersrechten en voorschriften over het indelen van de balans, de winst en verliesrekening en het jaarverslag. Hierbij bestonden speciale verplichtingen voor concerns om inzicht te geven in de onderlinge relaties van het concern en in de vorderingen van de moedervennootschap op haar concernvennootschappen.3 Tot een definiëring van het concernbegrip kwam de Brüningsche Notverordnung niet. Dit laat onverlet dat de begripsvorming in de rechtspraak en de literatuur onverminderd doorging.
Zo komt het Reichsfinanzhof in zijn uitspraak van 30 januari 1930 tot de volgende omschrijving van het begrip concern:
‘Ein Konzern ist ein Verband mehrerer Unternehmen, der unter einheitlicher Leitung steht und dessen einzelne Teile als autonome Einheiten aus sich selbst nicht mehr begriffen werden können, so dass zur Erklärung ihrer Stellung in der Gesamtwirtschaft eine Bezugnahme auf den planmässig aufgebauten Konzern notwendig ist.’4
De gedachtevorming in de literatuur en de rechtspraak hebben bijgedragen aan de vorming van de eerste wettelijke definitie van het concernbegrip zoals beschreven in § 15(1)Gesetz über Aktiengesellschaften und Kommanditgesellschaften auf Aktien van 1937 (AktG 1937):
Sind rechtlich selbständige Unternehmen zu wirtschaftlichen Zwecken unter einheitlicher Leitung zusammengefasst, so bilden sie einen Konzern; die einzelnen Unternehmen sind Konzernunternehmen.
Deze wet definieert in het tweede lid van § 15 AktG 1937 de ondergeschikte concernvennootschappen, de abhängige Unternehmen. Het tweede lid luidt:
Steht ein rechtlich selbständiges Unternehmen auf Grund von Beteiligungen oder sonst unmittelbar oder mittelbar unter dem beherrschenden Einfluss eines anderen Unternehmens, so gelten das herrschende und das abhängige Unternehmen zusammen als Konzern und einzeln als Konzernunternehmen.5
Hoewel het AktG 1937 het juridisch speelveld van het concern inkadert, komt de wet niet tot een samenhangende regeling voor het concernrecht. Belangrijke concernrechtelijke problematiek wordt niet diepgaand geadresseerd. De aanpak is gericht op het tegengaan van misbruik van de wet door de meerderheidsaandeelhouder. Uitgebreide wettelijke bescherming van minderheidsaandeelhouders en crediteuren is vooralsnog van bijkomend belang.6
In deze periode is er weinig aandacht voor het GmbH-concernrecht. Sterker nog, tijdens het Nazibewind komt de GmbH onder vuur te liggen. In 1933 is er zelfs gepleit voor de afschaffing van de rechtsvorm: echte ‘Arische’ ondernemers zouden zich namelijk niet verschuilen achter de rechtspersoonlijkheid van de GmbH.7 Dit voorstel heeft het evident niet gehaald. Met deze stand van zaken stort het land zich in de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. Pas na afloop van de oorlog zijn er weer nieuwe ontwikkelingen waar te nemen in het Duitse concernrecht.