Waarderingsvragen in het ondernemings- en insolventierecht
Einde inhoudsopgave
Waarderingsvragen in het ondernemings- en insolventierecht (O&R nr. 107) 2019/5.3.2:5.3.2 Conclusie – Chapter 11 en waarderingsvragen
Waarderingsvragen in het ondernemings- en insolventierecht (O&R nr. 107) 2019/5.3.2
5.3.2 Conclusie – Chapter 11 en waarderingsvragen
Documentgegevens:
mr. drs. S.W. van den Berg, datum 01-11-2018
- Datum
01-11-2018
- Auteur
mr. drs. S.W. van den Berg
- JCDI
JCDI:ADS618037:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In re Lason, Inc, 300 BR 227, 233 (Bankr.D.Del 2003); T.H. Jackson, The Logic and Limits of Bankruptcy Law, Harvard University Press 1986, p. 211.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In Chapter 11 wordt voor de waarde in de situatie zonder financiële herstructurering uitgegaan van het scenario van liquidatie van het vermogen van de rechtspersoon. Niets doen leidt tot faillissement (waarin het vermogen van de rechtspersoon wordt vereffend), zo is de gedachte. Deze veronderstelling vertaalt zich in een best interest of creditors test, welke vermogensvergelijking inhoudt dat voor individuele vermogensverschaffers de onder het akkoord te ontvangen waarde wordt vergeleken met de opbrengst (voor de betreffende vermogensverschaffer) bij liquidatie van het vermogen van de rechtspersoon. Het gaat dus niet slechts om de liquidatiewaarde van de onderneming.1 De aanspraak van individuele tegenstemmende vermogensverschaffers op de waarde bij liquidatie van het vermogen van de rechtspersoon geldt ook bij een akkoord waarmee alle klassen instemmen.
Op grond van een vergelijking tussen de totale waarde bij de liquidatie van het vermogen van de rechtspersoon en de reorganisatiewaarde kan het effect van de financiële herstructurering voor de gezamenlijke vermogensverschaffers worden beoordeeld.
De reorganisatiewaarde wordt berekend op grond van de waarde na implementatie van de financiële herstructurering en is juridisch relevant voor de vraag of het akkoord, ondanks een tegenstemmende klasse vermogensverschaffers, kan worden gehomologeerd. De reorganisatiewaarde vormt namelijk het uitgangspunt voor de vraag of de allocatie van de waarde, de verdeling onder het voorgestelde akkoord, fair and equitable is. Op grond van die allocatie wordt kort gezegd getoetst of de vermogensverschaffers conform hun rang delen in de reorganisatiewaarde (de absolute priority rule).
Ik concludeer dat de going concern reorganisatiewaarde en de juridische liquidatiewaarde een centrale rol spelen bij financiële herstructureringen in Chapter 11. Ik zal hierna beschouwen of dat bij de Scheme of Arrangement ook zo is.