V-N 2024/5.18
Uitspraak in belastingzaak voordat op wrakingsverzoek is beslist is strijdig met eisen behoorlijke rechtspleging
HR 19-01-2024, ECLI:NL:HR:2024:54, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 januari 2024
- Magistraten
Van Eijsden, Feteris, Fierstra, Cools, Van der Voort Maarschalk
- Zaaknummer
22/02976
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS941972:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Premieheffing / Algemeen
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 19‑01‑2024
ECLI:NL:HR:2024:54, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑01‑2024
- Wetingang
art. 8:16 Awb; art. 16 Verordening (EEG) 987/2009
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat de uitspraak van het hof niet in stand kan blijven. Het hof heeft namelijk uitspraak gedaan in de hoofdzaak voordat op het wrakingsverzoek is beslist.
Samenvatting
De SVB geeft een A1-verklaring af aan Rijnvarende X, belanghebbende. Tegen deze A1-verklaring stelt zowel X als zijn werkgeefster, G GmbH, beroep in. X komt vervolgens ook in beroep tegen de aan hem opgelegde IB-aanslag 2016, waarbij de inspecteur hem geen PVV-vrijstelling verleent. Rechtbank Noord-Holland beslist dat X voor de periode van 1 maart-31 december 2016 niet in aanmerking komt voor de PVV-vrijstelling. X gaat in hoger ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.