Open normen in het Europees consumentenrecht
Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/10.10:10.10 Conclusie
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/10.10
10.10 Conclusie
Documentgegevens:
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS497213:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
677. De implementatie van de richtlijn in Engeland wordt gekenmerkt door een sterke behoefte aan de kant van het bedrijfsleven en de toezichthouder (OFT) om de betekenis van de letterlijk overgenomen richtlijnnormen, waar mogelijk, te verduidelijken. De onbekendheid met bepaalde normen op nationaal niveau (professionele toewijding, uitnodiging tot aankoop) leidt tot onzekerheid. In de literatuur wordt bij de uitleg van de richtlijnnormen aansluiting gezocht bij het bestaande recht. Terwijl rechtsgeleerden bij onbekende normen naar functionele equivalenten en bij gelijkluidende normen naar inhoudelijke verschillen op zoek gingen, heeft BERR zo veel mogelijk getracht de zelfstandige Europese betekenis van de richtlijn en haar systematiek te achterhalen en te benadrukken. Op grond van de tijdens de implementatie geuite zienswijzen blijkt, dat er in Engeland verschillende opvattingen bestaan over de inhoud en de systematiek van de richtlijn en de mate waarin de bestaande rechtspraktijk kan worden voortgezet.
De Consumer Protection Regulations 2008, waarin de richtlijn is omgezet, worden zowel strafrechtelijk als privaatrechtelijk gehandhaafd. Kenmerkend voor het Engelse handhavingsstelsel is dat de individuele consument geen beroep toekomt op de Regulations (uit vrees voor kruisbestuivingen met de common law). In de eerste uitspraak van de Engelse High Court met betrekking tot de Regulations (in het kader van de civielrechtelijke handhaving door de OFT) worden de Regulations conform de richtlijn uitgelegd. Uit deze uitspraak blijkt duidelijk dat de richtlijnbepalingen, inclusief de referentieconsument en de lijst,
zich voor uiteenlopende interpretaties lenen. De bereidheid van Briggs J het Engelse recht los te laten en de Regulations van een autonome uitleg te voorzien (r.o. 40) wordt echter onvoldoende 'beloond' door duidelijke Europese sturing. Bij de keuze voor een bepaalde uitleg heeft Briggs J aansluiting gezocht bij Europese bronnen (rechtspraak van het Hof, overige bepalingen van de richtlijn, Commissie Guidance). Daarbij benadrukt hij echter dat de richtlijntekst en de door het HvJ verschafte sturing niet altijd duidelijk zijn (r.o. 49 en 67). Soms ontbreekt die sturing helemaal (r.o. 10 en 70). In diverse gevallen distantieert hij zich nadrukkelijk van een Europese zienswijze (r.o. 67-68) wanneer deze volgens hem te ver gaat en niet bindend — Guidance van de Commissie — of eenduidig — EUrechtspraak inzake de referentieconsument — is. Hoewel hij op een aantal punten (r.o. 69 en 73) uitdrukkelijk afstand neemt van nationaal recht (r.o. 69), grijpt hij een enkele keer wel terug naar nationaalrechtelijke noties (r.o. 71) en bestaande jurisprudentie met betrekking tot de misleidingstoets (r.o. 64, 113 en 118).