Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/8.3.3.1.2
8.3.3.1.2 Morgan Stanley-arrest
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291627:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EU 24 januari 2020, zaak C-165/17, FED 2019/115, m.nt. Van Norden (Morgan Stanley).
M.D.J. van der Wulp, ‘Eén Bossche zwaluw maakt nog geen zomer’, WFR 2020/155, p. 1070. In soortgelijke zin: S.B. Cornielje en H.W.M. van Kesteren, ‘Een gecompliceerde breuk: Pro rata aftrek van voorbelasting na het Morgan Stanley-arrest’, TFO 2020/166.2. Anders: Wolf, commentaar bij HvJ EU 24 januari 2020, zaak C-165/17, NTFR 2019/359 (Morgan Stanley), Van Norden, noot bij HvJ EU 24 januari 2020, zaak C-165/17, FED 2019/115 (Morgan Stanley), M.M.W.D. Merkx en R. Starkenburg, ‘Morgan Stanley: meten met twee (of meer) maten, WFR 2019/161, C.M. van Veelen en H. Muijres, ‘Pro rata of werkelijk gebruik - via Morgan Stanley naar een nauwkeuriger aftrek van btw op kosten’, Vastgoed Fiscaal & Civiel 2019/15 en N.L. van den Blink, ‘Morgan Stanley: Doelgerichte benadering aftrekrecht’, MBB 2019/20.
HvJ EU 12 september 2013, zaak C-388/11, V-N 2013/48.15 (Le Crédit Lyonnais).
Deze term ontleen ik aan: Y. Bernaerts en S. Nathoeni, ‘The Ins and Outs of Classifying Turnover for VAT’, EC Tax Review 2011/6, p. 297-299.
Het Morgan Stanley-arrest1 roept de vraag op of de regel van art. 173 lid 1, laatste zin Btw-richtlijn, inhoudende dat het pro rata moet worden bepaald op basis van het totaal van de door de belastingplichtige verrichte handelingen, nuancering behoeft. In dit arrest heeft het Hof van Justitie in punt 44 overwogen dat het pro rata uitsluitend moet worden bepaald op basis van de (specifieke) belaste en vrijgestelde handelingen waarvoor de gemengd gebruikte goederen en diensten worden gebruikt, met uitsluiting van andere door de belastingplichtige verrichte belaste en vrijgestelde handelingen. Betekent deze (algemeen geformuleerde) overweging dat het Hof van Justitie de regel van art. 173 lid 1, laatste zin Btw-richtlijn heeft losgelaten?
Naar mijn mening niet. In de zaak Morgan Stanley ging het om het toepassen van de pro ratamethode in een bijzondere situatie. De eerste prejudiciële vraag in deze zaak ziet op de pro rataberekening in de situatie dat een vaste inrichting goederen en diensten heeft afgenomen die uitsluitend door het in een andere EU-lidstaat gevestigde hoofdhuis voor belaste en vrijgestelde handelingen worden gebruikt. De tweede prejudiciële vraag in deze zaak ziet op de pro rataberekening in ‘het specifieke geval’ dat de vaste inrichting goederen en diensten heeft afgenomen die zowel voor de belastbare handelingen van de vaste inrichting als de belastbare handelingen van het hoofdhuis worden gebruikt. Worden de twee (hergeformuleerde) prejudiciële vragen en het dictum in de Morgan Stanley-zaak in samenhang bezien, dan volgt hieruit naar mijn mening dat de afwijking van de regel in art. 173 lid 1, laatste zin Btw-richtlijn in punt 44 niet geabstraheerd mag worden van de specifieke feitelijke situatie in deze zaak.2
Net als het Le Crédit Lyonnais-arrest3 gaat het in het Morgan Stanley-arrest naar mijn mening niet om de vraag of het pro rata moet worden berekend op basis van het totaal van de door de belastingplichtige verrichte handelingen, maar om de vraag wat als het totaal van de door de belastingplichtige verrichte belaste en vrijgestelde handelingen beschouwd moet worden waarvoor de afgenomen goederen of diensten worden gebruikt in de (specifieke) situatie dat zowel het hoofdhuis als de vaste inrichting(en) belastbare handelingen verrichten en dus omzet behaald wordt in twee of meer verschillende landen. Of anders gezegd: het gaat in deze zaken om de ‘rationae loci-dimensie’4 van de totaliteitsregel van art. 173 lid 1, laatste zin Btw-richtlijn.