Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/7.3.4:7.3.4 Verkoopcondities
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/7.3.4
7.3.4 Verkoopcondities
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258504:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De CVA laat WHO-leden de keuze om de douanewaarde vast te stellen op basis van de CIF- of FOB-invoerprijs.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het aangaan van verkoopcondities waaronder de prijs tot stand komt, zijn in beginsel voor de vaststelling van de douanewaarde toegestaan voor zover zij niet in strijd zijn met de voorwaarden die zijn genoemd in artikel 70, lid 3, DWU (zie onderdeel 7.5). Wel moet de prijs tot stand zijn gekomen ten aanzien van een verkoop voor uitvoer (zie onderdeel 7.4).
De voor de vaststelling van de transactiewaarde van de ingevoerde goederen relevante prijs, is de prijs die de verkoper en koper onderling vaststellen. De gemaakte afspraken rondom de verdeling van vervoer- en verzekeringskosten tussen partijen doen in dat kader niet ter zake. De afgesproken handelsvoorwaarden hebben echter mogelijk als consequentie dat de afgesproken prijs afwijkt van de CIF-invoerprijs van welke prijsstandaard uitgegaan moet worden voor de vaststelling van de douanewaarde.1 Op basis van de CIF-invoerprijs worden de vervoer- en verzekeringskosten tot het douanegebied van de Europese Unie gedragen door de verkoper. Indien een andere internationale standaard omtrent de handelsvoorwaarde gehanteerd wordt dan CIF, zullen, om de tussen partijen vastgestelde verkoopprijs te kunnen gebruiken als douanewaarde, vervoers- en verzekeringskosten bijgeteld of in aftrek moeten worden gebracht voor het vaststellen van de douanewaarde naar gelang de internationale standaard (zie nader onderdeel 11.7.4).
Hoewel onder de CVA wordt uitgegaan van een positieve waarde conceptie, wat inhoudt dat de douanewaarde in beginsel vastgesteld wordt op basis van de verkoopprijs die partijen onderling vaststellen, moeten andere prijselementen additioneel in aanmerking worden genomen voor de vaststelling van de douanewaarde. Het kan daarbij gaan om betalingen voor diensten of rechten die als voorwaarde voor de verkoop van de ingevoerde goederen zijn verricht, waarbij de prijs tussen de verkoper en koper onderling zijn overeengekomen. Ook kunnen goederen of diensten gratis door de koper ter beschikking worden gesteld aan de verkoper voor de fabricage van de ingevoerde goederen. Onder voorwaarden moet de waarde van deze goederen of diensten als toelevering worden bijgesteld (zie onderdeel 11.4), voor zover de waarde van de toelevering niet in de door de verkoper berekende verkoopprijs is begrepen.