Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/4.3.3
4.3.3 Aandeelhoudersleningen in het midden- en kleinbedrijf
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186703:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 3.4.
Zie HR 30 november 2001, JOR 2002/43 (Océ/Asea Brown Boveri), r.o. 3.5.1, HR 9 juli 2004, NJ 2005/496 (Hoevers/Van Dijk), HR 14 oktober 2005, NJ 2006/117 (Delta Lloyd), r.o. 5.2, HR 23 december 2005, JOR 2006/117, NJ 2010/62, JOR 2007/117 (Van Olphen/De Rooij), r.o. 3.6, Valk, in: Schelhaas & Valk 2016, p. 54 en Hijma 2010, nr. 23. Zie ook par. 4.2.5.2 over de bijzondere uitlegregel van art. 6:238 lid 2 BW.
Zie par. 4.2.3 en 4.2.7.
Zie Tjittes 2018, p. 276.
128. Net als verkopersleningen worden aandeelhoudersleningen in het midden- en kleinbedrijf doorgaans specifiek achtergesteld bij de financierende bank.1 Die achterstelling komt tot stand in een overeenkomst tussen de bank, de schuldenaar en de aandeelhouder.
De documentatie die daarbij wordt gebruikt kan kwalificeren als algemene voorwaarden. Dat leidt op zichzelf niet tot een bijzondere uitlegmaatstaf.2
Er is dus doorgaans geen reden om bij de uitleg van een achterstellingsovereenkomst van aandeelhoudersleningen in het midden- en kleinbedrijf een bijzondere uitlegmaatstaf te hanteren. Die uitleg vindt plaats aan de hand van de gebruikelijke subjectieve Haviltex-maatstaf. Daarbij kunnen de hierboven genoemde gezichtspunten zoals het doel van de achterstellingsovereenkomst en samenhangende overeenkomsten een rol spelen.3
Bij de achterstelling van aandeelhoudersleningen komt het voor dat de junior eenvoudigweg het model van de bank tekent, terwijl over de inhoud daarvan niet of nauwelijks door partijen is gecorrespondeerd. Het kan dan gebeuren dat er (vrijwel) geen aanwijzingen bestaan omtrent de subjectieve partijbedoeling. Dan zijn bij de uitleg de objectieve factoren onvermijdelijk leidend.4