Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/2.2.5
2.2.5 Ad 4) Bedrijfsuitoefening
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS383389:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Voetnoten
Voetnoten
Dijk 1965.
Asser/Maeijer 5-V 1995/19; Mohr 2009, p. 88-94.
Slagter, GS Personenassociaties II.I.7.5 (online, laatst bijgewerkt op 1 oktober 2008).
Slagter, GS Personenassociaties II.I.7.5 (online, laatst bijgewerkt op 1 oktober 2008).
Zie bijv. de noot bij HR 2 april 1982, ECLI:NL:HR:1982:AG4358, NJ 1983/429, m.nt. B.Wachter (Stichting Accountants- en Belastingbureau NCB); Van der Smit 1987, p. 3; noot van Van Schilfgaarde bij HR 5 november 1976, ECLI:NL:HR:1976:AB7103, NJ 1977/586, m.nt. W.H. Heemskerk; AA 1978, p. 304-309, m.nt. P. van Schilfgaarde (Moret Gudde Brinkman).
Slagter, GS Personenassociaties II.I.7.5 (online, laatst bijgewerkt op 1 oktober 2008); Van Schilfgaarde in zijn noot bij HR 5 november 1976, ECLI:NL:HR:1976:AB7103, NJ 1977/586, m.nt. W.H. Heemskerk; AA 1978, p. 304-309, m.nt. P. van Schilfgaarde (Moret Gudde Brinkman); Mohr 1979.
Asser/Maeijer 5-V 1995/19.
Van Veen 2013, p. 21.
Rb. Utrecht 27 januari 1926, NJ 1927, p. 801.
Slagter/Assink 2013, p. 1876.
De VOF wordt aangegaan ter uitoefening van een bedrijf; bij de start van de samenwerking hoeft dus nog geen bedrijf aanwezig te zijn, maar wel het streven naar de uitoefening daarvan.1 Voor de beantwoording van de vraag of een bepaalde activiteit een beroeps- of een bedrijfsuitoefening is, zijn de verkeersopvattingen doorslaggevend.2 De volgende criteria worden over het algemeen gehanteerd:
Persoonlijk/niet-persoonlijk
De dienstverrichting vanuit een bedrijf heeft veelal een niet-persoonlijk karakter, terwijl bij de beroepsbeoefenaar van oudsher de persoonlijke kwaliteiten (persoonlijke bekwaamheid, integriteit) van groot belang zijn.
Vertrouwensrelatie
Tussen de bedrijfsuitoefenaar en zijn wederpartij bestaat vaak niet en tussen de beroepsbeoefenaar en zijn cliënt wel een vertrouwensrelatie, die zich veelal uit in een beroepsgeheim.
Geldelijke tegenover ideële overwegingen
Bedrijfsuitoefening behelst een meer commerciële activiteit waarbij het accent ligt op het rendabel maken van een investering.3 Zoals hierboven (historische beschouwingen) al opgemerkt, ontstond steeds meer de behoefte om handelsvennootschappen, waarbij hoofdelijke aansprakelijkheid gepast werd geacht, af te bakenen van beroepsvennootschappen. De beroepsbeoefenaar heeft een zekere maatschappelijke status waarbij (althans zo werd vroeger gesteld) geld niet de primaire drijfveer is. Het accent ligt op de toepassing in de praktijk van wetenschap of kunst.4
Voorbeelden van beroepen zijn advocaat, notaris en arts; voorbeelden van bedrijven zijn het timmer- en bakkersbedrijf. Het onderscheid tussen beroep en bedrijf was vaak al vaag5 en wordt steeds minder scherp.6 Zo hebben samenwerkingsverbanden van bijvoorbeeld advocaten steeds vaker een grote omvang waardoor het persoonlijke aspect meer naar de achtergrond kan verdwijnen.7 Gespecialiseerde timmerlieden maken soms echte kunstwerken. Er bestaat ook onduidelijkheid over de kwalificatie van nieuwe beroepen/bedrijven als mediator.8 Het onderscheid beroep/bedrijf zou met de inwerkingtreding van het Wetsvoorstel personenvennootschappen dan ook vervallen. Ook de gezamenlijke uitvoering van één concreet werk kan in de vorm van een VOF geschieden,9 maar het mag dan niet slechts gaan om een eenmalige uitwisseling van prestaties na uitwisseling waarvan de overeenkomst is uitgewerkt; er zou dan geen sprake zijn van duurzame/regelmatige samenwerking en dus niet van een bedrijf.10