De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/4.2.1:4.2.1 Hoe gedrag van rechtspersonen ontstaat
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/4.2.1
4.2.1 Hoe gedrag van rechtspersonen ontstaat
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS370876:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Het gaat hier om de vraag (i) hoe überhaupt gedrag van een rechtspersoon tot stand kan komen. Die vraag dient te worden onderscheiden van de vraag (ii) welke oorzaken ten grondslag liggen aan het gedrag van de rechtspersoon in een concreet geval. Vraag (ii) is minder relevant voor dit onderzoek. Het aantal factoren dat een rol speelt bij vraag (ii) is veel groter dan bij vraag (i). Zo wordt het gedrag van rechtspersonen ook beïnvloed door de buitenwereld.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De rechtspersoon en zijn gedrag zijn een juridisch construct. Dit construct bestaat op het meest basale niveau uit een combinatie van regels en één of meer personen. Deze regels creëren de mogelijkheid om gedrag (van groepen) van personen aan de rechtspersoon toe te rekenen. Als binnen deze regels wordt gehandeld door de desbetreffende personen ontstaat gedrag van rechtspersonen.1
Deze regels bestaan uit verschillende componenten.
Ten eerste moet bepaald kunnen worden welke personen namens welke rechtspersoon kunnen handelen. Deze regels bepalen bijvoorbeeld wie moet worden gezien als de bestuurders en aandeelhouders van een vennootschap.
Ten tweede zijn er regels ten aanzien van welke (groepen van) personen welke handelingen kunnen verrichten. Welke handelingen worden verricht door het bestuur en welke door de aandeelhouders(vergadering)?
Ten derde zijn er regels die bepalen welke protocollen in acht moeten worden genomen, wil sprake zijn van een handeling van de rechtspersoon. Soms heeft dat weinig om het lijf, bijvoorbeeld als het gaat om een vertegenwoordigingshandeling door een bestuurder. Er is echter pas sprake van een besluit van de aandeelhoudersvergadering van een NV, indien (a) de houders van aandelen in het kapitaal van een NV en andere vergadergerechtigden op de voorgeschreven wijze voor een algemene vergadering zijn bijeengeroepen, (b) (een voorgeschreven deel van) de aandeelhouders op de aangegeven tijd en plaats bijeenkomen, (c) een stemming wordt gehouden over een op de voorgeschreven wijze geagendeerd besluit en (d) de voorgeschreven meerderheid stemt voor het aannemen van dat besluit. Als één of meer van deze aandeelhouders bijeenkomen zonder dat sprake is van de vereiste oproep voor een algemene vergadering, kunnen hun handelingen niet aan de rechtspersoon worden toegerekend (tenzij is voldaan aan de regels voor besluitvorming buiten vergadering).
Ten vierde gelden in voorkomende gevallen ook inhoudelijke grenzen voor de handelingen die een rechtspersoon rechtsgeldig kan verrichten. Besluiten van de rechtspersoon die strijdig zijn met de wet of de statuten zijn nietig.2 De rechtspersoon is aldus niet in staat om dergelijke besluiten op een rechtsgeldige manier te nemen.
Regels bepalen dus in welke gevallen het gedrag van personen leidt tot gedrag van rechtspersonen en in welke gevallen niet. Zonder regels is er dus geen gedrag van rechtspersonen. Het omgekeerde is echter ook waar. Zonder personen die kunnen handelen namens de rechtspersoon, kan de rechtspersoon niets. Het gedrag van de rechtspersoon ontstaat uit de combinatie.
Dat impliceert dat onwenselijk gedrag van rechtspersonen altijd kan worden teruggebracht tot deze twee factoren, of een combinatie daarvan. Op dit inzicht wordt voortgebouwd in hoofdstuk 8 en het derde luik. Daar zal blijken dat het corrigeren van het gedrag van de rechtspersoon op het meest basale niveau altijd neerkomt op het wijzigen van de regels van de deelrechtsorde, dan wel het wijzigen van de groep van mensen die namens de rechtspersoon kunnen handelen, dan wel een combinatie van deze twee.
In dit hoofdstuk 4 zal eerst de interactie tussen bedoelde regels en personen nader worden uitgewerkt. In dat kader zal tevens ter sprake komen dat de desbetreffende regels (mede) tot doel hebben om bepaald gedrag te bevorderen, of te ontmoedigen. In hoofdstuk 9 en het derde luik zal worden uitgewerkt dat daarmee rekening dient te worden gehouden bij het treffen van (onmiddellijke) voorzieningen.