Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/926
Opzettelijk valse bankbiljetten uitgeven (art. 213 Sr) 1. Bewijsklacht (voorwaardelijk) opzet op het uitgeven van valse bankbiljetten. 2. Was hof ex art. 359 lid 2 Sv gehouden te beslissen op 2 onderdelen van ttz. in hoger beroep ingenomen standpunt? HR: art. 81 lid 1 RO.
HR 01-10-2024, ECLI:NL:HR:2024:1349
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
1 oktober 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, Y. Buruma, A.L.J. van Strien
- Zaaknummer
22/01705
- Conclusie
A-G mr. D.J.C. Aben
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1349, Uitspraak, Hoge Raad, 01‑10‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:583, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 18‑06‑2024
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/01705
Datum 1 oktober 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 28 april 2022, nummer 22-005285-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.