Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/7.7.3.5:7.7.3.5 Witboek
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/7.7.3.5
7.7.3.5 Witboek
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS581178:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Witboek, COM/2008/165 def., § 2.5.
Witboek, COM/2008/165 def., § 2.5. Zie ook Commission Staff Working Paper accompanying the White Paper on Damages actions for breach of the EC antitrust rules, SEC (2008) 404, hoofdstuk 6, § 200.
Witboek, COM/2008/165 def., § 2.5.
Hoes-Weishut, Lunsingh Scheurleer & Speyart 2008, p. 145-146.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het Witboek betreffende schadevergoedingsacties wegens schending van de communautaire mededingingsregels stelt de Commissie voor om
'het bestaande acquis communautaire over de omvang van schadevergoedingen die slachtoffers van schending van de mededingingsregels kunnen vorderen te codificeren in een communautair wetgevingsinstrument.'1
De Commissie doelt met de 'omvang van de schadevergoedingen' op de vraag welke schade volgens de jurisprudentie van het HvJ EG in Manfredi voor vergoeding in aanmerking dient te komen. Het recht op compensatie omvat volgens het HvJ EG dan ook niet alleen geleden (of nog te lijden) verlies (damnum emergens), maar ook de gederfde winst (lucrum cessans). Tevens omvat het een recht op het ontvangen van rente. Zie voor de relevante overwegingen van het HvJ EG in het Manfredi-arrest mijn bespreking in § 7.7.3.1.
De Commissie is voorstander van codificatie omwille van de rechtszekerheid en met het oog op een betere bewustmaking van potentiële inbreukmakers en slachtoffers. Naar Nederlands recht zijn de bestaande rechten reeds gecodificeerd in artikel 6:96 lid 1 (geleden verlies en gederfde winst) en artikel 6:119 BW (wettelijke rente), zodat het onwaarschijnlijk is dat potentiële inbreukmakers en slachtoffers een betere bewustmaking nodig hebben of behoefte hebben aan meer rechtszekerheid. De codificatie van het bestaande acquis communautaire zal de privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht naar alle waarschijnlijkheid nauwelijks stimuleren, maar vormt ook geen belemmering.
Interessanter is het voornemen van de Commissie om ten behoeve van nationale rechters en partijen een kader uit te werken met pragmatische, niet bindende aanwijzingen voor het begroten van schade in mededingingszaken. De Commissie wijst op het feit dat de begroting van schade vaak erg lastig is en tot gevolg kan hebben dat de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht wordt belemmerd.2 Voor de vaststelling van de schade stelt zij voor de — in het Nederlandse recht vertrouwde — vergelijking te maken tussen enerzijds de situatie van het slachtoffer zoals die bestaat na de schending van het mededingingsrecht en anderzijds de 'economische situatie van het slachtoffer in het hypothetische scenario van een concurrerende markt.'3
De Commissie wil in de aanwijzingen vereenvoudigde regels voor het begroten van de geleden schade opnemen. Gelet op het feit dat deze aanwijzingen niet bindend zijn voor de nationale rechter kan deze de aanwijzingen terzijde schuiven. Dergelijke aanwijzingen kunnen echter, afhankelijk hoe ze er precies uit komen te zien, de rechter en partijen wel behulpzaam zijn bij het op redelijke wijze begroten van de schade. Het verdient aanbeveling dat de Commissie ook aandacht besteedt aan de schade die ontstaat door omzetderving als gevolg van het doorberekenen van een te hoge (kartel of misbruik)prijs aan de afnemers (zie § 7.9). Tevens is het de vraag hoe slachtoffers van strooischade hun schade kunnen bewijzen (zie § 8.2).4 Te denken valt aan de consumenten die als gevolg van het bierkartel gedurende een bepaalde periode een te hoge prijs hebben betaald voor hun bier maar de aankoopbonnetjes of rekeningen niet hebben bewaard. Deze laatste vraag wordt ook in het voorstel in het Witboek tot het mogelijk maken van collectieve schadeacties niet beantwoord door de Commissie (zie § 8.9).