Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement
Einde inhoudsopgave
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/3.6.1:3.6.1 Inleiding
Het dwangakkoord buiten surseance en faillissement (O&R nr. 118) 2020/3.6.1
3.6.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. A.M. Mennens, datum 01-01-2020
- Datum
01-01-2020
- Auteur
mr. A.M. Mennens
- JCDI
JCDI:ADS192613:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
95. In §3.2 kwam het rechtshistorisch perspectief op het dwangakkoord buiten insolventie aan de orde. Zoals besproken in nr. 37, 65 en 69 wordt in Nederland al lange tijd gediscussieerd over de vraag hoe het reorganiserend vermogen van ondernemingen versterkt kan worden. In de 21ste eeuw, en al helemaal na het uitbreken van de wereldwijde economische crisis in 2008, wordt het debat voortgezet. Hieronder bespreek ik de twee meest recente initiatieven om tot een wettelijke regeling van een pre-insolventieakkoord te komen. In §3.6.2 staat de regeling voor een insolventiewet zoals voorgesteld in het Voorontwerp Insolventiewet van de commissie Kortmann (‘Voorontwerp Insolventiewet’) centraal. Daarna komt in §3.6.3 het wetgevingsprogramma ‘herijking faillissementsrecht’ aan bod. In §3.6.4 bespreek ik ten slotte hoe het na twee voorontwerpen tot een wetsvoorstel voor de WHOA kwam.