V-N 2014/55.10
In 2008 gebleken beleggingsfraude geen reden om beursaandelen in 2005/2006 af te waarderen
HR 17-10-2014, ECLI:NL:HR:2014:2980, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
17 oktober 2014
- Magistraten
Overgaauw, Van Vliet, Bavinck, Van Loon, Van Kalmthout
- Zaaknummer
13/05868
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- JCDI
JCDI:ADS24096:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Winst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2014:2980, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑10‑2014
Beroepschrift, Hoge Raad, 17‑10‑2014
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat de beurskoers in beginsel de waarde in het economische verkeer is voor ter beurze verhandelde effecten. Slechts in bijzondere omstandigheden kan een afwijkende regel gelden. Daarvan is in casu geen sprake.
Samenvatting
X bv belegt onder andere in beursgenoteerde effecten in beleggingsfonds B. Op 10 december 2008 wordt bekend dat B is getroffen door beleggingsfraude en dat sprake is van een piramideconstructie (Ponzischeme). In geschil is of X bv de beursgenoteerde effecten in de jaren 2005 en 2006 op grond van goedkoopmansgebruik kan afwaarderen tot nihil, althans tot een lagere waarde dan de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.