Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland
Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/6.3.3.0:6.3.3.0 Introductie
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/6.3.3.0
6.3.3.0 Introductie
Documentgegevens:
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS495802:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zoals hierna zal blijken, is het met name de ‘summierlijke ondeugdelijkheid’ die men in dit verband regelmatig in de doctrine tegenkomt.
Ook Jansen stelt deze vraag aan de orde in een artikel naar aanleiding van het arrest Bijl/Van Baalen c.s.: ‘Een analyse van de posities van de beslaglegger en de beslagene binnen de opheffing van conservatoir beslag maakt het belang van een goede interpretatie van ‘summierlijk blijken’ (van de ondeugdelijkheid van de vordering: MM) duidelijk. Jansen 2008, p. 4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een andere factor die van invloed is op de werking van het opheffingskortgeding in de rechtspraktijk is de wijze waarop inhoudelijk invulling wordt gegeven aan opheffingsgronden.1 Een sprekend voorbeeld hiervan is de invulling van de ‘summierlijke ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht’ dat is opgenomen in artikel 705 lid 2 Rv. In welke omstandigheden is een vordering summierlijk ondeugdelijk? Is dat wanneer er bij de voorzieningenrechter serieuze twijfel bestaat, of moet er een aan ‘bewezen’ grenzende zekerheid zijn dat de vordering in de hoofdzaak niet zal worden toegewezen?2 Men ziet dat de formele functie van het conservatoir beslag bij beantwoording van deze vraag in het opheffingskortgeding, mede door nadere invulling van het begrip door de Hoge Raad, in de praktijk een grote rol is gaan spelen.