V-N 2023/25.13
‘Gelegenheid geven tot sportbeoefening’ niet vereist voor buiten toepassing laten BTW-verhuurvrijstelling
HR 26-05-2023, ECLI:NL:HR:2023:786, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 mei 2023
- Magistraten
Van Hilten, Punt, Faase
- Zaaknummer
21/00236
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS702883:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Omzetbelasting / Tarief
Omzetbelasting / Vrijstelling
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑05‑2023
ECLI:NL:HR:2023:786, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑05‑2023
- Wetingang
art. 3 lid 3 onderdeel b (oud) en art. 11 lid 1 onderdeel b Wet OB 1968; post 3 Tabel I letter B Wet OB 1968
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat de dienst die X verricht meer omvat dan de passieve verhuur van onroerende zaken. Bij deze beoordeling is niet van belang of bij het gebruik van de sportaccommodatie wordt voldaan aan de eisen die gelden voor de toepassing van het verlaagde BTW-tarief.
Samenvatting
Gemeente R sluit eind 2011 een verhuurovereenkomst met betrekking tot voetbalvelden met stichting X. X sluit vervolgens verhuurovereenkomsten met voetbalvereniging Q en stichting Y, een sport-BSO. X brengt de haar in rekening gebrachte BTW in verband met de bouw op het sportterrein van een clubgebouw in aftrek. De inspecteur legt ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.