Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/5.3.2.a.iii
5.3.2.a.iii Openbare orde-exceptie
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS465280:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Boucher 1932, p. 48 lijkt zich als een van eersten bewust te zijn van het ontbreken van een openbare ordeexceptie. De openbare orde-exceptie is overigens pas in de twintigste eeuw in het verdragsrecht in zwang geraakt, zie Strikwerda 2008 (Inleiding), p. 57.
Zie AIPPI Annuaire 2003/1, p. 795 (Question 174). Vgl. Fawcett & Torremans 1998, p. 502-503 (in de context van de morele rechten). Over de vraag hoe de ontstane leemte moet worden opgevuld, bestaan verschillende antwoorden. Meestal wordt gekozen voor de lex fori, zie bijvoorbeeld BR 9 november 2001, NJ2002, 279 m.nt. ThMdB; Staatscommissie IPR, Rapport Algemene Bepalingen 2002, p. 77; Strikwerda 2004, p. 162 e.v.
Vgl. art. 31 lid 3 onder b Weens Verdragenverdrag. Dat de openbare orde-exceptie ook door de rechter moet worden aangelegd wanneer het desbetreffende verdrag die toets niet kent, wordt als heersende mening aangemerkt, zie de conclusie van A-G Strikwerda (alinea 23, met verdere verwijzingen) voor HR 10 september 1999, NJ2001, 41 m.nt. PV (Triumph/Alonso).
Vgl. Vlas in zijn annotatie (alinea 4) onder HR 10 september 1999, NJ2001, 41 m.nt. PV (Triumph/Alonso).
HR 10 september 1999, NJ2001, 41 m.nt. PV (Triumph/Alonso), to. 3.13.
Zie Polak 1990, p. 32.
Zie AIPPI Annuaire 2003/1, p. 566 en p. 658 (rapporten Duitse resp. Nederlandse AIPPI-groep Question 174). Onteigening zonder redelijke schadeloosstelling (een voorbeeld genoemd door de Zwitserse AIPPI-groep, zie AIPPI Annuaire 2003/1, p. 755) is geen goed voorbeeld omdat het daarbij gaat om een bestuursrechtelijke regeling die alleen wordt toegepast door de eigen rechter (formele territorialiteit, zie noot 458 van dit hoofdstuk 5). Voorts wordt ten onrechte soms de Huston-uitspraak van de Franse Cour de cassation met de openbare ordeexceptie in verband gebracht (zo bijvoorbeeld in AIPPI Annuaire 2003/1, p. 528, rapport Franse AIPPI-groep). Ten onrechte, omdat in die uitspraak geen sprake was van een openbare orde-exceptie, maar van 'lois d'application impérative'; zie Cass. civ. I 28 mei 1991, Rev. crit. DIP 1991, p. 752 e.v. m.nt. P-Y. Gautier (Huston/ Turner; `Asphalt Jungle'), zie daarover nader alinea 1007 hierna.
683. Toepassing vreemd recht en openbare orde-exceptie. In de derde plaats is de aanname van een openbare orde-exceptie geïndiceerd. Dat was onder de vigeur van het formele-territorialiteitsbeginsel natuurlijk niet nodig — toepassing van vreemd recht is dan immers niet aan de orde. De Berner Conventie en het Verdrag van Parijs bevatten zo'n exceptieclausule (dan ook) niet.1 Maar wanneer de formele-territorialiteitscomponent buiten toepassing blijft, bestaat de mogelijkheid dat de rechter vreemd intellectuele-eigendomsrecht toepast, en dan kan zich dus de situatie voordoen dat de rechter wordt geconfronteerd met vreemd intellectuele-eigendomsrecht waarvan de toepassing onverenigbaar is met de openbare orde van deze rechter. In zo'n geval — zo lijkt algemeen te worden aanvaard — wordt het vreemde intellectuele-eigendomsrecht niet toegepast voor zover het onverenigbaar is met de openbare orde.2 Wij kunnen hier spreken van een later gebruik waarover algemene overeenstemming bestaat, óók in het kader van de Berner Conventie en het Verdrag van Parijs.3 Op die grond kunnen wij een openbare ordeexceptie aannemen voor (de van haar formele-territorialiteitscomponent ontdane conflictregel van) deze verdragen.4 In dat verband zij er op gewezen dat de Hoge Raad heeft beslist dat de openbare orde-exceptie ook geldt ten aanzien van het Haags Rechtsvorderingsverdrag 1954, terwijl dat (executie)verdrag zelf zwijgt over een dergelijke exceptie.5
684. Het lijkt bovendien ook wenselijk om een openbare orde-exceptie voor de Berner Conventie en het Verdrag van Parijs aan te nemen. Deze verdragen tellen ieder immers meer dan 160 lidstaten, zodat de kans dat men wordt geconfronteerd met onverteerbaar vreemd recht groter is dan wanneer het zou gaan om een kleine kring van gelijkgestemde staten.
685. Hoe dan ook, de inzet van de openbare orde-exceptie in het intellectuele-eigendomsrecht zal zeldzaam zijn — en zal dat ook moeten zijn.6 Maar haar inzet is niet ondenkbaar; men denke bijvoorbeeld aan `punitive damages'.7
686. Conclusie. Ergo, geformuleerd als voorwaarde: de formele-territorialiteitscomponent van de conflictregel in het beginsel van nationale behandeling kan buiten toepassing blijven op voorwaarde dat een openbare orde-exceptie wordt aangenomen.