Einde inhoudsopgave
De integratie van fiscale gegevens in het rijksbrede toezicht (FM nr. 155) 2018/3.1
3.1 Inleiding
M. Snippe, datum 20-10-2018
- Datum
20-10-2018
- Auteur
M. Snippe
- JCDI
JCDI:ADS378920:1
- Vakgebied(en)
Privacy / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Voor het begrip ‘taak’ sluit ik aan bij de grammaticale betekenis volgens het Groot woordenboek van de Nederlandse Taal, Van Dale: ‘werkzaamheid waarmee iemand belast is’. Bij een wettelijke taak gaat het om een werkzaamheid ‘bij of krachtens wet’.
Fiscale monitor 2015, 92 % van de Ondernemingen en 94 % van de Particulieren vindt de Belastingdienst (zeer) sterk tot neutraal aanwezig in de samenleving, https://www.fiscalemonitor.nl/cijfers-trends/S_1022_Imago4/a1802_Aanwezigheid-Belastingdienst-in-de-samenleving, geraadpleegd: 10 februari 2016.
Benjamin Franklin, in een brief aan Jean-Baptiste Leroy, 1789, ‘Our new Constitution is now established, and has an appearance that promises permanency; but in this world nothing can be said to be certain, except death and taxes.’ Albert Henry Smyth, The Writings of Benjamin Franklin, Vol. X (1789-1790), 1907, p. 69: (publieke online versie) http://archive.org/stream/writingsofbenjam10franuoft/writingsofbenjam10franuoft_djvu.txt, geraadpleegd: 28 mei 2017.
O.I.M. Ydema, Hoofdstukken uit de Geschiedenis van het Belastingrecht, 1997.
Zie bijvoorbeeld de reactie van de minister-president op de begroting van de Koning, Kamerstukken II 2014/15, 34 000, nr. 11, brief van 19 juni 2015, Ministerie van Algemene Zaken, ref. 381802.
Er is een rijksbelastingdienst onder de naam Belastingdienst. Deze dienst is belast met de heffing en invordering van rijksbelastingen en met andere bij of krachtens de wet opgedragen taken (art. 1 lid 1 Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003).
Pas vanaf 1806 vindt de belastingheffing en -inning in Nederland plaats door een centrale organisatie: de Belastingdienst. Dit is de naam van de Nederlandse belastingdienst. In mijn onderzoek schrijf ik deze organisatie met een hoofdletter: ‘de Belastingdienst’. In andere situaties spreek ik over ‘een belastingdienst’; dan bedoel ik ‘een overheidsdienst die de heffing en inning van belasting voor een staat verzorgt.’
In dit hoofdstuk staat het beantwoorden van de vraag naar de taak van de Belastingdienst centraal.1 Het gaat daarbij niet om de vraag wat de Belastingdienst doet, maar wat die taak maatschappelijk gezien inhoudt en welke rol het toezicht van de inspecteur daarin vervult. Deze kennis is noodzakelijk om de rol van de Belastingdienst binnen het rijksbrede toezicht te kunnen bepalen.
De vraag lijkt voor menigeen eenvoudig te beantwoorden. Wie kent immers de Belastingdienst niet? De dienst is dominant aanwezig in de samenleving.2 En een ieder komt vroeg of laat in aanraking met belastingen. De legendarische woorden van Benjamin Franklin illustreren dat treffend: tot de twee zekerheden in het leven behoren de dood en het betalen van belastingen.3 In beginsel kan niemand daaraan ontkomen.
De tijd dat alleen boeren, burgers en buitenlui hun geldelijke bijdrage leverden aan de maatschappij ligt al ver achter ons.4 Alleen de Koning geniet (nog) van een uit 1848 daterende (deels) grondwettelijke belastingvrijdom, maar ook dat staat ter discussie en mogelijk dat de 21ste eeuw daarin verandering gaat brengen.5 De vraag naar de taak van de Belastingdienst kan kort en bondig worden beantwoord met: het heffen en innen van rijksbelastingen.6 Deze oppervlakkige beantwoording doet echter geen recht aan de inhoud van die taak vanwege de historisch diep gewortelde positie van de Belastingdienst in de huidige democratische samenleving. Inzicht daarin vraagt om een historische beschouwing van het ontstaan van de (rijks) belastingen, de maatschappelijke positie van de Belastingdienst en de rol van de inspecteur.
In dit hoofdstuk belicht ik daarom eerst de historisch gevormde taak van het heffen en innen van belastingen (par. 3.2). Het Nederlandse belastingsysteem heeft zich als beginsel van onze rechtsstaat ontwikkeld. De Belastingdienst heeft gedurende de ontwikkeling van het belastingsysteem ook zijn eigen maatschappelijke positie verworven. De evolutie van de fiscale informatie is opvallend. Deze ontwikkeling schets ik in par. 3.3.7 Wat de rol van de inspecteur toen was en nu is, komt naar voren in par. 3.4. Een maatschappelijke positie die als zodanig is uitwerkt in een wettelijke taak van de Belastingdienst. Ik vervolg deze historische beschouwing dan ook met het bepalen van de reikwijdte van de wettelijke taak van de Belastingdienst en besluit het hoofdstuk met het beantwoorden van mijn eerste onderzoeksvraag: ‘Welke mogelijkheden biedt de wettelijke taak van de Belastingdienst voor het vergaren van gegevens ten behoeve van het rijksbrede toezicht?’ (par. 3.5).