Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/19.4.1:19.4.1 Inleiding
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/19.4.1
19.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS498423:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De toekomstige betekenis van het nemo tenetur-beginsel voor de (repressieve) handhaving in Nederlandse belastingzaken zal mede worden bepaald door ontwikkelingen die op zichzelf losstaan van de Straatsburgse rechtspraak over art. 6 EVRM. Beperk ik mij tot de fiscale handhaving, dan trekken vooral aandacht de (komende) technische en andere ontwikkelingen die de aard en omvang van de van contribuabelen gevorderde medewerking significant kunnen beïnvloeden. Ik licht twee belangrijke ontwikkelingen uit, namelijk de toenemende massaliteit van gegevensopslag en -verwerking (zie § 19.4.2) en nieuwe en verbeterde (onderzoeks)methoden en -technieken (§ 19.4.3). De precieze invloed van deze en andere ontwikkelingen (vgl. (beleidsmatige) veranderingen in de handhavingsregie van de Belastingdienst, zoals de opkomst van horizontaal toezicht) op de toekomstige betekenis van nemo tenetur voor punitieve belastingzaken, is niet op voorhand te geven. Waarschijnlijk zal die betekenis aan belang inboeten vanwege de toenemende beschikbaarheid van informatie buiten (de medewerking van) de verdachte om. Hier staat tegenover dat het recht op privacy, dat onder meer is vastgelegd in art. 8 EVRM, aan belang zal winnen (§ 19.4.4).