Sleutels voor personenvennootschapsrecht
Einde inhoudsopgave
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/2.2.5.3:2.2.5.3 Het vennootschapsvermogen
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/2.2.5.3
2.2.5.3 Het vennootschapsvermogen
Documentgegevens:
Chr.M. Stokkermans, datum 28-02-2017
- Datum
28-02-2017
- Auteur
Chr.M. Stokkermans
- JCDI
JCDI:ADS584568:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Partnership Act 1890, art. 20. Blackett-Ord & Haren 2015, nr. 8.1, 8.2 en 8.38; Morse 2015, nr. 6.02 t/m 6.11.
Partnership Act 1890, art. 20 lid 1, eerste volzin.
Partnership Act 1890, art. 21.
Blackett-Ord & Haren 2015, nr. 8.20 t/m 8.27; Morse 2015, nr. 6.12 t/m 6.29.
Blackett-Ord & Haren 2015, nr. 7.23 en 16.1.
Law Commissions’ Report 2003, nr. 2.6.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het Engelse recht kent het begrip vennootschapsvermogen (partnership property), als een verzameling goederen. Aan de kwalificatie dat een goed tot het vennootschapsvermogen behoort, zijn juridische consequenties verbonden. Eerst bespreek ik die consequenties, vervolgens de samenstelling van het vennootschapsvermogen.
Het vennootschapsvermogen vormt een afgescheiden vermogen. Dit komt scherp tot uitdrukking als de vennootschap én de vennoten failleren. Dan zijn er twee sets schuldeisers: zij die zich kunnen verhalen op het vennootschapsvermogen en zij die zich kunnen verhalen op het privévermogen van de afzonderlijke vennoten. De vennootschapsschuldeisers hebben voorrang bij verhaal op het vennootschapsvermogen, terwijl vennootschapsschuldeisers en privéschuldeisers gelijk in rang zijn in hun verhaalsrechten op het privévermogen van een vennoot. Als een goed tot het vennootschapsvermogen wordt gerekend, komt een waardemutatie van dat goed in beginsel voor rekening van de vennootschap (en niet de juridisch rechthebbende(n)). Verder spelen bij het vennootschapsvermogen fiduciairy duties een rol, wat meebrengt dat de juridisch rechthebbende behaalde voordelen moet afdragen aan de vennootschap en vertrouwelijkheid verschuldigd kan zijn.
Aangenomen wordt dat, tenzij anders overeengekomen, het vennootschapsvermogen door de vennoten wordt gehouden als trustees voor zichzelf als begunstigden, waarbij zij tenants in common van de beneficial interest zijn. Tenants in common van een goed houden een onverdeeld breukdeelaandeel in dat goed. Ieder is in beginsel bevoegd tot overdracht van zijn aandeel. Het aandeel is ook vatbaar voor vererving. Op deze punten onderscheidt tenancy in common zich van joint tenancy, waarbij geen breukdeelaandelen bestaan (each one owns everything) en het gezamenlijke goed in geval van overlijden van een deelgenoot verblijft aan de overblijvende deelgenoot of deelgenoten (right of survivorship).1
Vanwege al deze consequenties is het van belang om vast te stellen of een goed tot het vennootschapsvermogen behoort. Het begrip vennootschapsvermogen (partnership property) wordt in de wet omschreven als de goederen die in de partnership zijn ingebracht of die zijn verkregen voor rekening van de partnership of ten behoeve en in de uitoefening van de onderneming van de vennootschap.2 Tenzij het tegendeel blijkt, wordt een aankoop met geld van de vennootschap aangemerkt als een aankoop namens de vennootschap.3 Als een goed in de naam van één vennoot wordt gehouden of verkregen, en dus niet in gemeenschap, kan (de beneficial interest van) dat goed niettemin tot het vennootschapsvermogen behoren, onder toepassing van de rechtsfiguur van een veronderstelde resulting trust. Omgekeerd is het mogelijk dat een goed door alle vennoten in gemeenschap wordt gehouden, maar buiten het vennootschapsverband. In dat geval behoort het goed niet tot het vennootschapsvermogen, maar kan wel het gebruik ervan zijn ingebracht. Ontbreken expliciete afspraken tussen de vennoten, dan is de feitelijke beoordeling of een goed tot het vennootschapsvermogen behoort soms lastig.4
Men neemt wel aan dat bij toe- en uittreden van vennoten de oude firm eindigt, maar dit wil niet zeggen dat haar vermogen moet worden vereffend.5 De nieuwe vennootschap kan de goederen en verplichtingen van de oude vennootschap overnemen. Hiervoor is een contractueel beding tot voortzetting tussen de oude en de nieuwe vennoten vereist. Daarnaast zal voor de overgang van verplichtingen doorgaans de instemming van de schuldeiser nodig zijn.6