Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW
Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/4.7.7:4.7.7 Schulden omvat niet uitsluitend geldvorderingen
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/4.7.7
4.7.7 Schulden omvat niet uitsluitend geldvorderingen
Documentgegevens:
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS649026:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van Solinge 2006, p. 251 en Beckman 1995, p. 293.
Zie artikel 57 van de Vierde richtlijn.
Nass 2019, p. 96-97: Nass is van mening dat het begrip schuld enger is dan het begrip verplichting en concludeert vervolgens dat de Nederlandse regeling op dit punt mogelijk is strijd in met de Europese regeling.
Beckman 1995, p. 293.
Beckman e.a. losbl., paragraaf 3.8.4, aantekening 5.
Van Solinge 2004.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Onder het begrip ‘schulden’ zoals bedoeld in artikel 2:403 lid 1 sub f BW en zoals op te nemen in een 403-verklaring, kunnen niet uitsluitend geldschulden worden verstaan. Het begrip schulden omvat meer dan alleen geldvorderingen.1
De Europese richtlijn spreekt in het kader van de verlangde garantstelling die geen hoofdelijk karakter heeft ook van ‘verplichtingen’.2 De vraag is of het begrip ‘schulden’ enger is dan het begrip ‘verplichtingen’. Wanneer schuld in een ruime zin wordt begrepen, en iedere verplichting als een schuld wordt gezien, zijn de begrippen uitwisselbaar. Te denken valt aan het spreekwoord ‘belofte maakt schuld’. De term schuld ziet niet alleen op geldelijke vorderingen, maar kan iedere verplichting inhouden. Van Dale geeft voor de term schuld de volgende omschrijving:
“Verplichting van een partij om datgene te voldoen waartoe zij tegenover een andere partij gehouden is, m.n. geldsom die betaald moet worden wegens ontvangen dienst of levering.”
Het leggen van een link met een geldschuld ligt voor de hand, maar duidelijk is dat onder het begrip schuld niet alleen geldschulden kunnen worden begrepen. Wanneer ervan uit wordt gegaan dat een schuld iedere verplichting van een partij kan zijn (om datgene te doen waartoe zij tegenover een andere partij gehouden is), kan niet worden geconcludeerd dat de Nederlandse regeling op dit punt enger is dan de Europese regeling.3
De uit een rechtshandeling voortvloeiende verplichting die op een vrijgestelde rechtspersoon rust, kan van alles omvatten. Deze hoeft niet (uitsluitend) te bestaan uit de betaling van een geldelijke som.4 De consoliderende rechtspersoon is hoofdelijk verbonden om dezelfde prestatie te voldoen.
Een consoliderende rechtspersoon met een holdingfunctie houdt zich meestal niet bezig met dezelfde activiteiten als de vrijgestelde rechtspersoon. De vrijgestelde rechtspersoon zal vaak de werkmaatschappij zijn. De consoliderende rechtspersoon beschikt in de regel niet over dezelfde (productie)middelen en hetzelfde personeel. Is de consoliderende rechtspersoon niet in staat om eenzelfde prestatie te leveren als waartoe de vrijgestelde rechtspersoon is gehouden, dan zal de consoliderende rechtspersoon een vervangende schadevergoeding moeten voldoen. 5 Kan de consoliderende rechtspersoon wel eenzelfde prestatie leveren, dan is zij daartoe in beginsel verplicht. Of de consoliderende rechtspersoon kan worden verplicht om haar invloed in de vrijgestelde rechtspersoon te gebruiken om haar tot nakoming te dwingen, is een andere vraag.6 Het is aan de schuldeiser om ervoor te kiezen of hij de vrijgestelde rechtspersoon- of de consoliderende rechtspersoon aanspreekt maar wanneer een van de hoofdelijk schuldenaren uit zichzelf wenst te presteren, staat het de schuldenaar niet vrij om de prestatie te weigeren.
Hoewel de hoofdvordering en de 403-vordering zien op eenzelfde prestatie en deze vorderingsrechten inhoudelijk identiek aan elkaar lijken te zijn, dient te worden begrepen dat dit niet (inhoudelijk) dezelfde vorderingen zijn. Dat lijkt paradoxaal, maar er kunnen verschillen zitten in de vorderingsrechten. Te denken valt bijvoorbeeld aan het moment van verjaring en aan de vorderingen verbonden nevenrechten.