Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/17.2.3
17.2.3 Beheerder en tijdstip overdracht
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS367337:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld Hof Amsterdam (OK) 18 oktober 2013, ARO 2013/160 en 25 oktober 2013, ARO 2013/161 (Meromi en Jeemer).
Art. 3:80 lid 4 BW.
Zie art. 3:80 lid 1 en 3 BW. Prijsgeven (art. 5:18 BW) kan alleen ten aanzien van roerende zaken. De afstand van recht van art. 6:160 BW ziet alleen op vorderingsrechten.
Zie daarover Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIa, nr. 266.
Asser/Bartels en Van Mierlo 3-IV, nr. 222 e.v.
Niet uitgesloten is voorts dat de tijdelijke beheerder overlijdt of failliet gaat tussen de eerste en tweede beschikking, maar de kans dat die situatie zich voordoet is zo gering dat deze onbesproken kan blijven.
De persoon van de beheerder en het tijdstip van de overdracht worden gespecificeerd in het dictum van de beschikking(en) waarin tijdelijk aandelen ten titel van beheer worden overgedragen. Dat gebeurt geregeld in twee etappes.1 De eerste beschikking “bepaalt” dat de aandelen “met ingang van heden ten titel van beheer zijn overgedragen aan een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken beheerder.” De tweede beschikking wijst de beheerder aan. De ondernemingskamer lijkt te veronderstellen dat de aandelen al over kunnen gaan vóórdat bekend is wie de nieuwe aandeelhouder wordt.
Dat valt moeilijk te rijmen met het systeem van het goederenrecht. Dat veronderstelt dat de aandelen bij de oorspronkelijke aandeelhouder blijven, zolang deze blijven bestaan en niet bekend is naar wie de aandelen overgaan.
De aanspraak van de oorspronkelijke aandeelhouder op de aandelen kan enkel verloren gaan op de in de wet aangegeven wijzen.2 Met betrekking tot aandelen zijn dat3 het teniet gaan van de aandelen;4 overgang onder algemene titel;5 overdracht; overgang van aandelen door middel van onteigening;6 en, als het gaat om toonderaandelen, door verkrijgende verjaring.7 Van teniet gaan, overgang onder algemene titel of verkrijgende verjaring is geen sprake in geval van tijdelijke overdracht van aandelen ten titel van beheer bij wijze van (onmiddellijke) voorziening. Voorts geldt in ieder geval buiten de enquêteprocedure dat voor een geldige overdracht is vereist dat de verkrijger de levering aanvaardt en dat is onmogelijk zolang de verkrijger nog niet bekend is.8 Of sprake is van overgang van eigendom door onteigening valt te betwijfelen. Er is in ieder geval geen sprake van onteigening in de zin van de Onteigeningswet. Daarnaast is er ook nog geen persoon (bekend) ten faveure van wie wordt onteigend. De ondernemingskamer lijkt echter te veronderstellen dat de oorspronkelijke aandeelhouder zijn aanspraken reeds bij de eerste beschikking verliest.
De hierboven geschetste rechtstheoretische bedenkingen tegen genoemde rechtspraak van de ondernemingskamer kunnen in de praktijk leiden tot rechtsonzekerheid voor justitiabelen: (i) wat geldt rechtens als in de periode tussen de eerste en tweede beschikking beslag wordt gelegd op de desbetreffende aandelen door schuldeisers van de oorspronkelijke aandeelhouder (kleeft het beslag?); (ii) of als de oorspronkelijke aandeelhouder failliet gaat (vallen de aandelen in de boedel?); of (iii) overlijdt (gaan de aandelen door erfopvolging over?).9 En (iv) kan de oorspronkelijke aandeelhouder de aan de aandelen verbonden rechten nog uitoefenen in de periode tussen de eerste en tweede beschikking?
In de praktijk hebben de drie geschetste goederenrechtelijke vragen zich naar mijn weten nog niet voorgedaan. Voorts is het de oorspronkelijke aandeelhouder en de overige bij de organisatie van de rechtspersoon betrokkenen in ieder geval duidelijk dat het niet de bedoeling is dat de oorspronkelijke aandeelhouder de aan deze aandelen verbonden bevoegdheden uitoefent.