Einde inhoudsopgave
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/3.4.1
3.4.1 Wettelijke structuur van de commanditaire vennootschap naar Engels recht
Mr. A.J.S.M. Tervoort, datum 11-07-2013
- Datum
11-07-2013
- Auteur
Mr. A.J.S.M. Tervoort
- JCDI
JCDI:ADS441329:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Voetnoten
Voetnoten
Voordien is een aantal malen getracht in Engeland de rechtsvorm van de limited partnership te introduceren, voor het eerst al in 1818; geen van deze pogingen heeft resultaat gehad. Zie Saville (1956), p. 418.
Regulatory Reform (Reform of 20 Member Limit in Partnerships etc.) Order 2002, Statutory Instruments 2002, nr. 3202, section 2 and 3; zie Lindley/Banks (2010), nr. 29-02.
Een onderscheid tussen de maatschap en de vennootschap onder firma als handelsrechtelijke variant daarop kent het Engelse recht niet: de functie van beide rechtsvormen wordt vervuld door de partnership.. Zie Lindley/Banks (2010), nr. 2-49.
De Partnership Act 1890 is grotendeels een codificatie van het voorheen geldende rechtersrecht. Zie Lindley/Banks (2010), nr. 1-01 en nr. 1-05.
De Partnership Act 1890 is grotendeels een codificatie van het voorheen geldende rechtersrecht. Zie Lindley/Banks (2010), nr. 1-01 en nr. 1-05.
Morse (2010), p. 298-299, Lindley/Banks (2010), nr. 1-10, nr. 30-08 en nr. 31-05. Zie voor enige procesrechtelijke moeilijkheden: Lindley/Banks (2010), nr. 30-19.
Blackett-Ord & Haren (2011), nr. 24.2, Morse (2010), p. 4-8, Lindley/Banks (2010), nr. 3- 04. Schotse limited partnerships zijn wel rechtspersoon, zie art. 4 lid 2 Partnership Act 1890, waarover Pollock (1895), p. 20-21, Morse (2010), p. 8-10.
Zie hierover Blackett-Ord & Haren (2011), nr. 24.23-24.34, Lindley/Banks (2010), nr. 29- 19, Morse (2010). p. 295-296.
Art. 19 Partnership Act 1890. Zie Blackett-Ord & Haren (2007), nr. 7.1-7.2, Morse (2010), p. 11.
Twomey (2000), nr. 28.36, Blackett-Ord & Haren (2011), nr. 3.1-3.2, 6.8 en 24.1, Morse (2010), p. 39-40, Lindley/Banks (2010), nr. 4-20.
Lindley/Banks (2010), nr. 34-01- nr. 34-09.
Beide commissies hebben de taak voorstellen tot herziening van Engelse respectievelijk Schotse wetgeving te doen dan wel te beoordelen. Zie art. 3 van de Law Commissions Act 1965.
De Partnership Act 1890 en de Limited Partnerships Act 1907 gelden ook in Schotland. Zie Blackett-Ord & Haren (2011), nr. 1.11. Beide wetten golden bij inwerkingtreding ook in Ierland en zijn na de Ierse onafhankelijkheid in 1922 ongewijzigd in het Ierse recht overgenomen; sedertdien heeft het Ierse personenvennootschapsrecht zich afzonderlijk ontwikkeld. Zie Blackett-Ord & Haren (2011), nr. 1.11 en Twomey (2000), nr. 1.20.
Law Commissions’ Consultation Paper (2000) en Law Commissions’ Consultation Paper (2001).
Law Commissions’ Report (2003).
Law Commissions’ Report (2003), p. 45-56 en p. 343-344.
Law Commissions’ Report (2003), p. 107-114 en p. 370-371.
Dit werd nodig geacht omdat de vrees bestond dat het toekennen van rechtspersoonlijkheid aan de gewone Engelse limited partnership het risico op zou roepen dat deze door sommige buitenlandse belastingautoriteiten niet langer als fiscaal transparant zou worden aangemerkt. Dit zou voor de Engelse private equity- en venture capital-praktijk grote gevolgen hebben gehad. Zie Law Commissions’ Report (2003), p. 298-302, p. 400-401 en p. 456-467. Overigens is bij dit voorstel om naast een rechtspersoonlijkheid bezittende limited partnership een niet-rechtspersoonlijkheid bezittende special limited partnership te introduceren inspiratie ontleend aan het inmiddels ingetrokken Nederlandse wetsvoorstel 28 746 betreffende de vaststelling van titel 7.13 BW: daarin was de mogelijkheid opgenomen te opteren voor een personenvennootschap met of zonder rechtspersoonlijkheid; zie Law Commissions’ Report (2003), p. 298.
Law Commissions’ Report (2003), p. 281-287, p. 386-387 en p. 438-441. Zie hierover uitgebreid in 3.4.3.
http://www.bis.gov.uk/files/file32331.doc. Zie hierover Blackett-Ord & Haren (2011), nr. 1.9, Morse (2010), p. 3-4.
BERR Consultation Document (2008). Zie hierover Morse (2010), p. 294-297.
Zie voor een overzicht van alle reacties: http://webarchive.nationalarchives.gov.uk/+/http:// www.berr.gov.uk/files/file50724.pdf.
http://www.bis.gov.uk/files/file50705.pdf. Zie hierover Lindley/Banks (2010), nr. 28-07, voetnoot 22.
Limited Liability Partnerships Act 2000, in werking getreden op 6 april 2001. Zie voor een uitgebreide Nederlandstalige beschrijving van de achtergrond en de wettelijke structuur van de Engelse Limited Liability Partnership: Blanco Fernández & Van Olffen (2007), p. 29-47.
Morse in Palmer/Morse (2002), nr. A1-09, Blackett-Ord & Haren (2011), nr. 1.8, Morse (2010). p. 305.
Morse (2002), p. 461-462, Morse in Palmer/Morse (2002), nr. A1-05.
Morse (2002), p. 463, Morse (2010), p. 305.
Lindley/Banks (2010), nr. 28-11.
Morse (2002), p. 462, 465 en 467, Morse in Palmer/Morse (2002), nr. A1-63 - nr. A1-66, Morse (2010), p. 308.
De Limited Liability Partnerships Act 2000 spreekt niet van shareholders noch van partners, maar van members.
Morse (2010), p. 3 en p. 308-309.
De Engelse tegenhanger van de commanditaire vennootschap is de limited partnership. Engeland was relatief laat met het introduceren van deze rechtsvorm: zij is eerst in 1907 in de wet geregeld, en wel in de Limited Partnerships Act 1907, die op 1 januari 1908 in werking trad.1 Slechts op enige – merendeels ondergeschikte – punten gewijzigd is deze wet nog steeds van kracht. De enige wezenlijke wijziging was het afschaffen van de regel dat een limited partnership ten hoogste 20 vennoten mocht hebben in 2002.2 De Limited Partnerships Act 1907 is te beschouwen als een aanvulling op de Partnership Act 1890, waarin de regeling van de partnership3 is opgenomen. 4Deze is eveneens grotendeels ongewijzigd nog steeds van kracht. Volgens art. 7 van de Limited Partnerships Act 1907 zijn de bepalingen van de Partnership Act 1890 van overeenkomstige toepassing op de limited partnership, tenzij de Limited Partnerships Act 1907 in een specifieke regeling voorziet.5 Een limited partnership moet volgens art. 4 lid 2 van de Limited Partnerships Act 1907 ten minste één vennoot kennen die general partner wordt genoemd en die onbeperkt voor de schulden van de vennootschap is verbonden, en daarnaast ten minste één commanditaire vennoot, die limited partner wordt genoemd. De limited partner is jegens derden niet aansprakelijk voor vennootschapsschulden voor zover hij de door hem toegezegde inbreng heeft verricht. Indien hij daarin nalatig is wordt hij beschouwd als general partner, met als gevolg dat hij hoofdelijk en onbeperkt voor de vennootschapsschulden aansprakelijk is.6 Een Engelse limited partnership heeft geen rechtspersoonlijkheid.7 Zij moet volgens art. 8A van de Limited Partnerships Act 1907 worden ingeschreven bij de Registrar of Companies, waarbij naast het vennootschappelijk doel onder andere de personalia van de gecommanditeerde vennoten en ook die van de commanditaire vennoten moeten worden opgegeven. 8 Kenmerkend voor het Engelse personenvennootschapsrecht is de grote mate van contractsvrijheid: de Partnership Act 1890 en daarmee de Limited Partnerships Act 1907 zijn wat de vormgeving van de samenwerking tussen de vennoten betreft van aanvullend recht.9 Kapitaalvennootschappen kunnen optreden als gecommanditeerd vennoot en als commanditair vennoot.10 Voor de directe belastingen is een limited partnership transparant: haar financiële resultaten, die fiscaal overigens wel afzonderlijk worden bepaald, worden fiscaal niet bij haarzelf in aanmerking genomen, maar rechtstreeks bij haar vennoten.11
De stand van het personenvennootschapsrecht heeft ook in het Verenigd Koninkrijk de aandacht. In het eerste decennium van deze eeuw hebben The Law Commission for England and Wales en de Scottish Law Commission12 zich op verzoek van het toenmalige Department of Trade and Industry gebogen over een algehele herziening van het als verouderd beschouwde Engelse en Schotse13 personenvennootschapsrecht. In 2000 en in 2001 publiceerden deze commissies een tweetal gezamenlijke consultatiedocumenten met een grondige analyse van het geldende personenvennootschapsrecht en een verzoek om commentaar op een aantal door haar tentatief voorgestelde wetswijzigingen.14 Van de mogelijkheid hierop te reageren is intensief gebruik gemaakt. Met inachtneming van de uitkomsten van deze consultatieronde brachten beide commissies in 2003 een gezamenlijk rapport uit met een aanzienlijk aantal wijzigingsvoorstellen en een volledig uitgewerkt ontwerp voor een nieuwe wettekst. Deze zou moeten dienen ter vervanging van zowel de Partnership Act 1890 als de Limited Partnerships Act 1907.15 Tot de voorgestelde wijzigingen behoorden het toekennen van rechtspersoonlijkheid aan Engelse personenvennootschappen16 en de regel dat een vennootschap bij het uittreden van een vennoot niet wordt ontbonden maar wordt voortgezet.17 Daarnaast stelden de Law Commissions voor om als variant op de limited partnership een special limited partnership in Engeland te introduceren. Deze zou – anders dan de gewone limited partnership in het voorstel van de Law Commissions – niet over rechtspersoonlijkheid beschikken.18 Ook ter zake van het bestuursverbod bij de limited partnership werd een aantal ingrijpende wijzigingen aangedragen.19 De voorstellen van de Law Commissions werden door de praktijk niet over de gehele linie enthousiast onthaald.20 Daarop besloot de Engelse overheid in 2006 haar voornemen om te komen tot een alomvattende wijziging van het personenvennootschapsrecht in te trekken en zich voorshands te beperken tot het wijzigen van het recht betreffende de limited partnership.21 In vervolg hierop publiceerde het inmiddels tot Department for Business, Innovation and Skills hernoemde ministerie in 2008 een consultatiedocument waarin het merendeel van de eerdere voorstellen van de Law Commissions voor zover ze de limited partnership betroffen werd overgenomen.22 Uit de consultatieronde bleek dat deze voorstellen weliswaar op onderdelen verzet ontmoetten, maar in grote lijnen positief ontvangen werden, waarbij ten aanzien van verschillende onderdelen ook velerlei suggesties tot verdergaande verbeteringen werden gedaan.23 Daarop kondigde het ministerie in 2009 aan dit geheel aan herzieningsvoorstellen in te trekken en in plaats daarvan te streven naar een meer gesegmenteerde modernisering van het recht betreffende de limited partnership.24 Inmiddels heeft dat tot één vooral technische wijziging geleid;25 of er op korte termijn meer zullen volgen blijft in het ongewisse. Aantekening verdient ten slotte de introductie van de limited liability partnership in het Verenigd Koninkrijk in 2001.26 Deze was aanvankelijk bedoeld om samenwerkingsverbanden van vrije-beroepsbeoefenaren, die tot dan slechts konden opteren voor de rechtsvorm van de partnership,27 de mogelijkheid te bieden een rechtsvorm te kiezen die hen zou vrijwaren van de onbeperkte aansprakelijkheid die de rechtsvorm van de partnership aankleeft. 28 In de loop van de parlementaire behandeling is de toegang tot deze nieuwe rechtsvorm verruimd en nu kunnen alle ondernemingen er gebruik van maken.29 Anders dan de naam doet veronderstellen is een limited liability partnership geen partnership in de strikte zin van het woord: de Partnership Act 1890 en de Limited Partnerships Act 1907 zijn op haar niet van toepassing,30 maar grote delen van de Companies Act 1985 wel. Zij vertoont dan ook meer gelijkenis met een private company dan met een partnership,31 zij het dat de leden32 van een limited liability partnership dezelfde vrijheid hebben hun onderlinge verhoudingen zo te regelen als binnen een partnership mogelijk is en dat de limited liability partnership anders dan de private company voor de directe belastingen transparant is.33