Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/978
Insolventieverordening II. Verbintenis die is uitgevoerd ten voordele van de schuldenaar, terwijl zij voor de insolventiefunctionaris had moeten worden uitgevoerd; reikwijdte art. 31 lid 1.
HvJ EU 27-03-2025, ECLI:EU:C:2025:211 (Auto1 European Cars)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
27 maart 2025
- Magistraten
M. Gavalec, K. Jürimäe, Z. Csehi
- Zaaknummer
C-186/24
- Conclusie
A-G M. Campos Sánchez-Bordona
- Roepnaam
Auto1 European Cars
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Europees insolventierecht
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2025:211, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 27‑03‑2025
- Wetingang
Art. 31 Verordening (EU) 2015/848 (Insolventieverordening II)
Essentie
Matthäus Metzler q.q. tegen Auto 1 European Cars BV.
Verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens art. 267 VWEU, ingediend door het Oberste Gerichtshof (Oostenrijk) bij beslissing van 22 februari 2024.
Insolventieverordening II. Verbintenis die is uitgevoerd ten voordele van de schuldenaar, terwijl zij voor de insolventiefunctionaris had moeten worden uitgevoerd; reikwijdte art. 31 lid 1.
Art. 31 lid 1 Insolventieverordening II moet aldus worden uitgelegd dat de verbintenissen die zijn uitgevoerd ten voordele van een schuldenaar die is onderworpen aan een insolventieprocedure, terwijl zij voor de insolventiefunctionaris van deze procedure hadden moeten worden ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.