Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/970
Verordening Brussel II-ter. Materieel toepassingsgebied; ouderlijke verantwoordelijkheid in de zin van art. 1 lid 1 onder b); maatregel ter bescherming van het kind als bedoeld in art. 1 lid 2 onder e); maatregel inzake de beschikking over het vermogen van een kind. VWEU. Samenloop van Verordening Brussel II-ter met een bilaterale overeenkomst tussen een lidstaat en een derde staat, gesloten vóór de toetreding van die lidstaat tot de EU; strekking van art. 351; begrip ‘onverenigbaarheid’ in de zin van art. 351.
HvJ EU 06-03-2025, ECLI:EU:C:2025:142 (Anikovi)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
6 maart 2025
- Magistraten
K. Lenaerts, C. Lycourgos, M.L. Arastey-Sahún, S. Rodin, O. Spineanu-Matei
- Zaaknummer
C-395/23
- Conclusie
A-G J. Richard de la Tour
- Roepnaam
Anikovi
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2025:142, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 06‑03‑2025
ECLI:EU:C:2024:990, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Unie, 28‑11‑2024
- Wetingang
Art. 1, 7 Verordening (EU) 2019/1111 (Verordening Brussel II-ter); art. 351 VWEU
Essentie
E.M.A. e.a.
Verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens art. 267 VWEU, ingediend door de Sofiyski Rayonen sad (rechter in eerste aanleg Sofia, Bulgarije) bij beslissing van 24 juni 2023.
Verordening Brussel II-ter. Materieel toepassingsgebied; ouderlijke verantwoordelijkheid in de zin van art. 1 lid 1 onder b); maatregel ter bescherming van het kind als bedoeld in art. 1 lid 2 onder e); maatregel inzake de beschikking over het vermogen van een kind. VWEU. Samenloop van Verordening Brussel II-ter met een bilaterale overeenkomst tussen een lidstaat en een derde staat, gesloten vóór de toetreding van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.