Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/3.2.1
3.2.1 De keuze voor het onafhankelijkheidsbeginsel
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS469955:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Actes BC 1908, p. 168-169 (Procès-verbaux, toespraak gedelegeerde Osterrieth namens gastland Duitsland); Bureau de l'Union, DdA 1910, p. 5; Denkschrift 1909, p. 29-30; Copinger/Easton 1915, p. 313.
Actes BC 1908, p. 169 (Procès-verbaux, toespraak gedelegeerde Osterrieth namens gastland Duitsland).
Actes BC 1908, p. 37 (voorstel Duitsland en Bureau): 'Cette modification est essentielle, car elle fait disparaltre tout dien entre la situation juridique de Pceuvre dans son pays d'origine et celle qui doit lui être faite dans chacun des autres pays de l'Union.' (cursivering toegevoegd). Zie ook Actes BC 1908, p. 192 e.v. (Exposé des motifs des modifications nouvelles proposées par les délégations); Bureau de l'Union, DdA 1910, p. 2.
Actes BC 1908, p. 37-38 (voorstel Duitsland en Bureau). Zie ook Actes BC 1908, p. 238 (Rapport de la Commission): '11 y aurait donc une indépendance absolue, à tous les points de vue, entre la législation du pays d'origine et la législation du pays oè la protection est réclamée.' Zie ook Denkschrift 1909, p. 30.
Actes BC 1908, p. 193 (voorstel België): 'Les modifications proposées (...) par le Gouvernement allemand, ont pour but de trancher de fagon définitive tout Hen de dépendance entre la situation juridique de l'ceuvre dans son pays d'origine et la protection qui lui est assurée dans chacun des pays de l'Union. (...) Le traitement national serait appliqué à tout auteur étranger protégé par la Convention, quel que soit le traitement dont il j ouit lui-même dans le pays d'origine.'
Zie alinea 169 hiervoor. De ALAI sprak zich voor volledige onafhankelijkheid uit, vgl. het voorontwerp opgesteld door de conferentie te Neuchátel in 1907 (Bureau de l'Union, DdA 1907 (Conférence de Neuchíitel), p. 114 e.v.). Vgl. ook Actes BC 1908, p. 82 (Vceux émis par divers congrès et assemblées). Instemmend begroette zij tijdens haar congres te Mainz in 1908 'la proclamation du principe que le droit de l'auteur doit être indépendant désormais de la protection accordée dans le pays d'origine de Pceuvre' in het ontwerp van de Duitse gastheren van de Berlijnse conferentie (Bureau de l'Union, DdA 1908, p. 135, Resolutie I). Röthlisberger, secretaris van de conferenties in Parijs (1896) en Berlijn (1908), merkte in 1906 op: 'Für die Zukunft würde also die schwer durchführbare Theorie des stafut personnel, des Zivilstandes des Werkes nach dem Gesetz des Ursprungslandes, aufzugeben und das andere System der Bemessung des Schutzes nach dem Gesetz des Einfuhrlandes einzuführen sein, (...).' (Röthlisberger 1906, p. 155).
Actes BC 1908, p. 38 (voorstel Duitsland en Bureau) en p. 193 (voorstel België); Bureau de l'Union, DdA 1910, p. 2; Ladas 1938, p. 264-265.
Actes BC 1908, p. 239 (Rapport de la Commission).
Dit debat, dat in de travaux préparatoires slechts terloops wordt genoemd (zie Actes BC 1908, p. 239 (Rapport de la Commission)), is opgetekend in Bureau de l'Union, DdA 1910, p. 3; Potu 1914, p. 39-48; Ruffini 1927, p. 519-524.
Vgl. de Italiaanse gedelegeerde Venezian, die een dergelijke gedachte las in het systeem van de Berner Conventie van 1886, zie alinea 246 hiervoor.
Zie alinea 184 hiervoor.
Art. 4bis Verdrag van Parijs (Brusselse conferentie van 1897 en 1900). Zie hierover par. 4.2.2.
De eerste keer was, zoals wij reeds hebben gezien, bij de keuze van het uitgangspunt van de conventie in 1884.
Actes BC 1908, p. 240 (Rapport de la Commission). Men proeft in dit rapport overigens ook enige reserves, waarschijnlijk van de steller, Renault, voorzitter en rapporteur van de Commissie. Was hij zelf minder geporteerd voor deze oplossing? De noden van de praktijk worden gebagatelliseerd ('un assez petit nombre de cas', p. 239), en gemeend wordt dat in theorie de zaken anders liggen: 'Est-elle conforme aux vrais principes? (...) Pour le droit d'auteur, c'est oeuvre elle-même qui est protégée et on comprend plus aisément que, en vertil de conventions internationales, la protection du pays d'origine rayonne dans les autres pays.' (p. 240). Uiteindelijk gaat Renault als volgt door de bocht: 'Mais il s'agit ici non d'une question de principe, mais d'une question de pratique. Incontestablement la règle de l'indépendance est plus facile á appliquer (...).' (p. 240).
250. Praktische bezwaren tegen lex originis. Wat de bedoelingen van de eerste verdragsopstellers ten aanzien van de bestaansvraag ook waren geweest, men stelde in Berlijn vast dat de toepassing van de lex originis in ieder geval praktische bezwaren opleverde. Dat gold zowel in het kader van de eerste als in het kader van de derde uitzondering. In de praktijk, zo werd geconstateerd in Berlijn, had men moeite met het achterhalen en het op de juiste wijze toepassen van de lex originis, die per definitie een vreemde auteurswet is, gesponnen in een web van vreemde jurisprudentie.1 De toepassing van de lex originis was ongemakkelijk en droeg het gevaar van verkeerde interpretatie in zich. De lex originis-uitzonderingen bleken, zo zagen wij zojuist, een bron van complicaties en chicanes. Dit waren moeilijkheden, zo hield de Duitse gedelegeerde Osterrieth zijn gehoor voor, die het functioneren van de conventie in gevaar brachten:
"Toutes ces difficultés ont pour effet de füre trainer les procès en longueur, d'exposer les auteurs au risque de perdre leur cause, même dans les cas de contrefacon flagrante et, par conséquent, de compromettre le fonctionnement de la Convention." 2
251. Voorstel voor absoluut onafhankelijkheidsbeginsel. De Duitse regering en het Bureau van de Berner Unie stelden daarom voor om elke toepassing van de lex originis uit te bannen. Zij stelden voor om elke afhankelijkheid, elke band tussen enerzijds de 'situation juridique' van het werk in het land van oorsprong, en anderzijds de juridische situaties in de andere landen van de Unie te elimineren.3 De juridische situatie van het werk in de verschillende Unielanden moest in elk opzicht ("et tous les points de vue") onafhankelijk worden van de lex originis.4 Aldus zou het beginsel van nationale behandeling niet meer door enige lex originis-uitzondering worden ingeperkt, het moest volledig worden geïmmuniseerd.5 De beoogde absolute onafhankelijkheid moest dus zowel op conflictenrechtelijk als op vreemdelingenrechtelijk vlak worden verwezenlijkt. Dit werd het 'onafhankelijkheidsbeginsel' genoemd. Er was al eerder voor dit onafhankelijkheidsbeginsel gepleit, bijvoorbeeld door de 'Association Littéraire et Artistique Internationale', de vereniging die in 1883 de stoot had gegeven tot de totstandkoming van de Berner Conventie.6
252. Besluitvorming. Het voorstel tot invoering van de absolute onafhankelijkheid ten opzichte van de lex originis stond prominent op de Berlijnse agenda. Het opruimen van de uitzonderingen op het beginsel van nationale behandeling werd — terecht — gepresenteerd als een logische vervolgstap in de ontwikkeling van het beginsel van nationale behandeling en de verbetering van de internationale bescherming van het auteursrecht.7 Het voorstel stuitte evenwel op weerstand aan de Berlijnse onderhandelingstafel. Invoering van het onafhankelijkheidsbeginsel zou een slag zijn voor hen die op een of andere manier de invloed van de lex originis wensten: invloed op de object-vraag, de gehele bestaansvraag of nog meer aspecten van de auteursrechtelijke bescherming; invloed, hetzij in gedeelde vorm via de (conflictenrechtelijk of vreemdelingenrechtelijk vormgegeven) dubbele toets, hetzij in exclusieve vorm via (deel)toepasselijkheid van de lex originis.
253. Conflictenrechtelijk debat. De lex originis-voorstanders bestreden het voorstel, en daarbij werd onder meer een beroep gedaan op de `statut personnel'gedachte. "On a aussi invoqué l'idée du statut personnel", zo meldt het Commissierapport.8 Zo ontspon zich in Berlijn ook een conflictenrechtelijk debat tussen voorstanders van het `régime territorial' (wet van het land van import) en aanhangers van het `statut personnel' (lex originis).9 De `statut personnel'-aanhangers brachten naar voren dat het auteursrecht uit zijn aard een persoonlijk recht is, ten aanzien waarvan bijgevolg het personeel statuut toepasselijk is.10 Zij wezen er op dat de door hen bepleite `statut personnel'-theorie was gehuldigd in de Conventie van Montevideo van 1889.11 De voorstanders van het `régime territorial' riposteerden dat het auteursrecht geen persoonlijk recht is, doch een recht op een immaterieel goed, ten aanzien waarvan bijgevolg de lokale wet toepasselijk is. Het systeem van de Conventie van Montevideo, zo vervolgden zij, bleek in de praktijk onwerkbaar. Het territoriale systeem van de Berner Conventie had daarentegen zijn diensten bewezen. Invoering van onafhankelijkheid, zoals in 1900 ook voor het octrooirecht was geschied in het Verdrag van Parijs, was dan ook niet meer dan de logische evolutie van het uitgangspunt van de Berner Conventie.12
254. Keuze voor onafhankelijkheidsbeginsel. Daarmee lag, voor de tweede keer in de geschiedenis van de Berner Conventie, de conflictenrechtelijke vraag ter tafel.13 Het antwoord van de Berlijnse conferentie op die vraag was duidelijk. De Berlijnse conferentie koos namelijk voor het onafhankelijkheidsbeginsel, voor een onafhankelijk gemaakt beginsel van nationale behandeling — en daarmee dolven de `statut personnel'-aanhangers het onderspit.
255. Motieven. Bij deze keuze hadden, net als in 1884, praktische overwegingen de overhand. Door de invoering van het onafhankelijkheidsbeginsel werd de volledige auteursrechtelijke bescherming door één wet (de wet van het land van import) geregeld; het gecompliceerde steekspel tussen twee wetten was uit. Deze oplossing had het voordeel van de eenvoud: betrokkenen, zoals auteurs, uitgevers en rechters, hoefden nog maar één wet toe te passen. En hiermee werd tegelijkertijd de rechtvaardigheid gediend, want een heel arsenaal lex originis-chicanes waarmee inbreukmakers de dans konden ontspringen, werd opgeruimd. Het Commissierapport meldt:
"Incontestablement la règle de l'indépendance est plus facile à appliquer, elle écarte de mauvaises querelles que pourraient füre au reclamant des chicaneurs qui lui demanderaient de rapporter ene justification précise de l'existence de son droit dans le pays d'origine, alors que, devant un tribmal étranger, ene règle coutumière ou jurisprudentielle est assez difficile à établir." 14
256. Zo koos de Berlijnse herzieningsconferentie voor het onafhankelijkheidsbeginsel. Zij bande de toepassing van de lex originis, zoals wij hierna zullen zien, nagenoeg geheel uit: van de drie lex originis-uitzonderingen bleef er na Berlijn slechts één over, en deze overblijvende uitzondering werd gemuilkorfd om extensieve interpretaties de kop in te drukken.