Einde inhoudsopgave
Beschadigd vertrouwen 2021/7.4.4
7.4.4 Belangenverstrengeling: ‘de overheid staat altijd achter Schiphol’
G.M. Kuipers MSc, datum 01-09-2021
- Datum
01-09-2021
- Auteur
G.M. Kuipers MSc
- JCDI
JCDI:ADS480631:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Aarden, De Volkskrant 16 februari 1995.
Zoals ook besproken door Abma 2001; Van Eeten 2001; Broër 2006.
Sturen in een volatiel domein 2020, p. 37.
Riemens 2011.
Riemens 2011, p. 454.
Fain 2014, p. 39-40.
Abma 2001, p. 73; Polderman & Klein Kranenburg 2014, p. 64.
Luchtvaartbeleid: een nieuwe aanvliegroute 2019, p. 17.
Walravens 2004, p. 9.
Walravens 2004, p. 9.
Tan 2001, p. 130-131.
Luchtvaartbeleid: een nieuwe aanvliegroute 2019.
Luchtvaartbeleid: een nieuwe aanvliegroute 2019, p. 24.
Van Geel 2019, p. 4.
Van Geel 2019; Van Geel 2020.
Van Kalles, Het Financieele Dagblad 24 september 2004; Advies Omwonendenpanel 2005.
Sturen in een volatiel domein 2020, p. 36.
Hiernaast kijken omwonenden met een scheef oog naar de innige relatie tussen de Rijksoverheid en Schiphol: de minister van V&W noemde Schiphol in 1989 niet voor niets ‘de kip met de gouden eieren’.1 Het dominerende frame in Nederland onder de luchtvaartsector en de overheid is dat Schiphol en haar ontwikkeling goed is voor de economie.2 Schiphol is als naamloze vennootschap vrijwel volledig in handen van de Nederlandse overheid; de Luchtverkeersleiding is als zelfstandig bestuursorgaan onderdeel van de overheid; en ook in KLM heeft de overheid een minderheidsaandeel. In de coronacrisis ontving KLM van het Rijk een uitgebreid steunpakket.3 Dit zorgt voor vermoedens van belangenverstrengeling.4
De Rijksoverheid, Schiphol, KLM en de Luchtverkeersleiding deelden hun blik op de wereld – de groei van Schiphol was in het nationaal belang – waardoor sprake was van ‘doelcongruentie’,5 een ‘unieke buitengewoon vruchtbare vorm van samenwerking’.6 Volgens regionale overheden hadden afspraken of overleg beperkt zin, omdat Schiphol haar zin kreeg door naar de nationale overheid te stappen.7 Volgens milieuorganisaties keek de overheid te veel naar het belang van de sector en de economie.8 De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur stelt dat dit ‘heeft geleid tot een geheel eigen cultuur binnen de sector, die bij bewoners en milieuorganisaties het beeld versterken dat de overheid zich meer bekommert om het bedrijfsbelang dan om de bescherming van de omgeving.’9
De handhaving van de geluidsnormen door de overheid draagt verder bij aan dat beeld. Hoewel de overheid in de jaren ’90 zei in te zetten op beheerste groei, was er een ‘geloofwaardigheidsprobleem’10 vanwege het ‘anticiperend gedogen’ waar ‘normoverschrijdingen vooraf werden gesanctioneerd, als Schiphol maar beterschap beloofde (en liet zien) voor de toekomst.’11 Bestuurders maakten gebruik van ruime milieunormen door deze op te rekken en steeds meer groei toe te staan.12 Deze ontwikkelingen hebben er keer op keer voor gezorgd dat omwonenden het gevoel ervaren dat de overheid het belang van Schiphol te zwaar weegt, waardoor hun vertrouwen in de overheid – die hen zou kunnen en moeten beschermen tegen overlast – vermindert.
Recent pleitte een aantal adviesraden en onderzoekscommissies voor een wijziging in de onderlinge verhoudingen tussen overheid en luchtvaartsector. De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur beval aan om Schiphol te behandelen als normale bedrijfstak, zodat de overheid minder gefocust zou zijn op de concurrentiepositie van de luchthaven en deze in samenhang zou zien met diens negatieve externe effecten op geluid, uitstoot en veiligheid.13 Er zouden nieuwe hindernormen moeten komen die recht doen aan de ervaringen van het geluid en deze zouden op een transparante en daarmee geloofwaardige manier moeten worden gehandhaafd.14 Na het vertrek van voorzitter Alders bij de Omgevingsraad rapporteerde interim-voorzitter Van Geel: ‘De omgeving beschouwt het alsnog naleven van die eerder gemaakte afspraken als cruciaal voor het herwinnen van vertrouwen.’15 Zijn advies was om de overlegstructuur in het Schipholdossier sterk te wijzigen, en dat het Rijk een stevige regierol op zich neemt.16 De regierol is al meermaals voorgesteld, zoals ruim vijftien jaar geleden tijdens de evaluatie van de Schipholwet.17 In de ontwerpluchtvaartnota 2020 gaf het Rijk aan de regie te nemen,18 hoewel de precieze invulling en uitwerking nog moet blijken.19