Einde inhoudsopgave
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/2.2.2.3
2.2.2.3 Het vennootschapsvermogen
Chr.M. Stokkermans, datum 28-02-2017
- Datum
28-02-2017
- Auteur
Chr.M. Stokkermans
- JCDI
JCDI:ADS584565:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
CC, art. 1872.
Daigre e.a 1994, nr. 24; Storck 2012, nr. 340. Vgl. Merle 2008, nr. 598 die stelt dat de SEP geen patrimoine social heeft.
Volgens CC, art, 1872-1 lid 4 (ingevoerd bij Loi no. 78-9 van 4 januari 1978) zijn op de SEP van toepassing hetzij de bepalingen van de indivision légale (art. 815 t/m 815-18) dan wel die van de indivision conventionnelle (art. 1873-1 t/m 1873-18). Bij Loi no. 2006-728 van 23 juni 2006 is het hoofdstuk waarin de art. 815 e.v. staan gewijzigd van Chapitre VI naar Chapitre VII (van titel 1 van boek III van de Code civil). In art. 1872-1 staat abusievelijk nog de oude verwijzing naar Chapitre VI.
CC., art. 815-3. Wel kunnen de deelgenoten bij twee/derde meerderheid een algemene volmacht tot beheer afgeven. Voor handelingen buiten de normale exploitatie en voor beschikkingshandelingen is steeds de instemming van alle deelgenoten vereist.
CC, art. 1873-5, 1873-6 en 1973-7. Art. 1873-6 verwijst voor de eigen bevoegdheid (pouvoir d’administration) naar de bevoegdheden van echtgenoten ten aanzien van goederen behorende tot een huwelijksgemeenschap. Zie Derruppé Fasc. 47-30 2013, nr. 19.
CC, art. 1872-1 lid 4 (slot); Storck 2012, nr. 640.
Een indivision conventionnelle, met vermogensscheiding, kan ook buiten SEP-verband tot stand worden gebracht. CC, art. 1873-2.
CC, art. 1873-2. Voor vorderingen: mededeling aan schuldenaar of authentieke akte (vgl. stille cessie). Voor onroerend goed: inschrijving in openbare registers.
Derruppé Fasc. 47-30 2013, nr. 18.
Merle 2008, nr. 613; Storck 2012, nr. 70: “… ne peut avoir de patrimoine distinct de celui de chaque associé …”. In deze zin ook Janssen 1989, nr. 46 en 66.
CC, art. 815-17 (ingevoerd bij Loi no. 76-1286 van 31 december 1976). Deze wetsbepaling is onderdeel van de regeling over de indivision légale. Zij geldt eveneens in geval sprake is van een indivision conventionnelle, door de verwijzing in CC, art 1873-15. Zie Dondero 2006, nr. 139-141; Storck 2012, nr. 650; Malaurie/Aynès 2013, nr. 679.
Cass.civ. 6 november 2001, no. 98-20518. Mega Code Civil 2012, art. 815-17, aant. 11; Malaurie/Aynès 2013, nr. 679; Derruppé Fasc. 47-30 2013, nr. 20.
Storck 2012, nr. 650.
CC, art. 815-17 en 1873-15. Vgl. CC, art. 1166(action oblique). Zie Derruppé Fasc. 47-30 2013, nr. 20.
Dit laatste blijkt niet uit CC, art. 815-17, maar wordt in de literatuur algemeen aangenomen. Derruppé Fasc. 47-30 2013, nr. 20; Daigre e.a. 1994, nr. 47; Malaurie/Aynès 2013, nr. 678. Voor de SEP kan men dit a contrario afleiden uit CC, art. 1872-2 lid 2.
CC, art. 1873-15 lid 2. Derruppé Fasc. 47-20 2006, nr. 40; Derruppé Fasc. 47-30 2013, nr. 20.
Cass.com. 18 februari 2003, Receuil Dalloz 2003, AJ 766; Cass.civ. 13 december 2005, Receuil Dalloz 2006, AJ 302. Mega Code Civil 2012, art. 815-17, aant. 1, 4, 100 en 101.
Omdat de SEP geen rechtspersoon is, zijn enkele bepalingen uit de Code civil over de (vennootschappelijke) gemeenschap van belang. Elke vennoot blijft rechthebbende op de goederen die hij ter beschikking van de vennoten stelt. In gemeenschap worden gehouden de goederen die zijn verkregen door gemeenschappelijke middelen en die de vennoten in gemeenschap hebben gebracht.1 Deze regeling brengt mee dat als de vennoten van een SEP gezamenlijk goederen verkrijgen, deze tot de vennootschappelijke gemeenschap gaan behoren. Een vennootschappelijke gemeenschap kan ook ontstaan doordat deelgenoten in een gewone gemeenschap of een nalatenschap gemeenschappelijke goederen bestemmen voor een tussen hen aangegane vennootschap.2
Op deze (vennootschappelijke) gemeenschap zijn de regels van de wettelijk geregelde gemeenschap (indivision légale) van toepassing of, als partijen daarvoor kiezen, de regels van de contractueel geregelde gemeenschap (indivision conventionnelle).3 De verschillen tussen beide regimes betreffen met name de beheersbevoegdheid. Bij de indivision légale is het uitgangspunt dat de beheersbevoegdheid slechts aan de deelgenoten gezamenlijk toekomt,4 bij de indivision conventionnelle kunnen de deelgenoten al dan niet uit hun midden een of meer beheerders (gérants) aanwijzen; een beheerder kan optreden als vertegenwoordiger van de deelgenoten, maar heeft ook een eigen bevoegdheid waardoor hij ook bevoegd blijft, als een of meer deelgenoten beschikkingsbevoegdheid missen.5 Wordt de regeling van de indivision conventionnelle toegepast bij een SEP, dan is elke vennoot beheerder, tenzij anders overeengekomen.6 Voor toepassing van de regels inzake de indivision conventionnelle is een schriftelijke overeenkomst tussen de deelgenoten (i.c. de vennoten) vereist, waarin de onverdeelde goederen en ieders aandeel daarin worden aangeduid.7 Voor tot de gemeenschap behorende vorderingen en onroerende zaken gelden meer vereisten.8 Voor de toepassing van de regels inzake de indivision conventionnelle is niet beslissend of de vennoten tegenover derden van het bestaan van de SEP doen blijken.9
Bij geen van beide typen indivision is volgens de Franse literatuur sprake van een afgescheiden vermogen,10 maar what’s in the name? Op de vennootschappelijke gemeenschap kunnen zich met voorrang (par prélèvement) verhalen: schuldeisers die zich reeds voor het ontstaan van de gemeenschap op de tot de gemeenschap behorende goederen mochten verhalen, alsmede schuldeisers van wie de vordering voortvloeit uit het behoud of het beheer van de gemeenschappelijke goederen.11 Bij geen van beide categorieën indivision wordt de eis gesteld dat alle deelgenoten schuldenaar zijn. Daarnaast kunnen ook schuldeisers jegens wie alle deelgenoten aansprakelijk zijn, zich op het vennootschapsvermogen verhalen.12 Dit laatste is bij de SEP van belang, als een schuld door alle vennoten gezamenlijk wordt aangegaan.13
Andere schuldeisers van de vennoten kunnen zich niet op de vennootschappelijke gemeenschap verhalen, maar in beginsel wel verdeling van de gemeenschap vorderen in naam van hun schuldenaar; de schuldeiser van een vennoot in een contractueel geregelde gemeenschap kan slechts verdeling vragen, indien de vennoot dat zelf kan.14 Bij de vennootschappelijke gemeenschap van een SEP die is aangegaan voor bepaalde tijd, kan een vennoot geen tussentijdse verdeling vragen.15 Bij de contractueel geregelde gemeenschap komt aan de privéschuldeiser van een vennoot die geen verdeling kan vragen, het recht toe om op het aandeel van de vennoot in de vennootschappelijke gemeenschap beslag te leggen en over te gaan tot executie.16
Gemeenschapsschuldeisers kunnen zich, zoals gezegd, met voorrang (par prélèvement) op de vennootschappelijke gemeenschap verhalen. Voor de nalatenschap en de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap geldt hetzelfde regime. Ook nadat een deelgenoot is gefailleerd, kan een gemeenschapsschuldeiser zich nog op de gemeenschapsgoederen verhalen. Hij hoeft zijn vordering niet eerst in te dienen bij, en de opbrengst niet te delen met, de curator van de deelgenoot.17 Men kan m.i. dus toch wel zeggen dat de tot een vennootschappelijke gemeenschap behorende goederen zijn afgescheiden ten behoeve van gemeenschapsschuldeisers en op grond daarvan van een afgescheiden vermogen spreken.