Einde inhoudsopgave
Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen (FM nr. 89) 1999/7.4.1
7.4.1 Koop/verkoop; schenking
E.J.W. Heithuis, datum 01-12-1999
- Datum
01-12-1999
- Auteur
E.J.W. Heithuis
- JCDI
JCDI:ADS455348:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting (V)
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
Voetnoten
Voetnoten
Zie HR 26 januari 1994, BNB 1994/304. Zie tevens R.M. Freudenthal, Sfeerovergang van aandelen in de inkomstenbelasting, academisch proefschrift, blz. 406-407, Kluwer, Deventer. 1996.
Zie over schenking van aanmerkelijkbelangaandelen uitgebreider T. Blokland, Schenking van aanmerkelijkbelangaandelen, WFR 1999/6337, blz. 525 e.v.
T. Blokland, Winst uit aanmerkelijk belang. Fiscale monografie nr. 19, blz. 181 e.v., Kluwer, Deventer, 1993.
Memorie van toelichting Tweede Kamer, Kamerstuknr. 24 761, nr. 3, blz. 61.
Hiervoor niet uitdrukkelijk genoemd, maar niet voor discussie vatbaar lijkt mij dat een normale koop-/verkooptransactie als een vervreemding voor de aanmerkelijkbelangregeling moet worden beschouwd. Is sprake van een vervreemding van aanmerkelijkbelangaandelen onder bezwarende titel, maar bedraagt de tegenprestatie minder dan de waarde in het economische verkeer van de aandelen, bijvoorbeeld de pariwaarde, dan is blijkens HR 26 januari 1994, BNB 1994/304 eveneens sprake van een vervreemding in de zin van art. 20a, eerste lid, onderdeel b, Wet IB, ook als de aanmerkelijkbelangaandelen worden vervreemd aan een door de aanmerkelijkbelanghouder beheerste (holding^vennootschap. Art. 20c, vierde lid, eerste volzin, Wet IB stelt de waarde in het economische verkeer in de plaats van de overeengekomen verkoopprijs (zie hoofdstuk 8, onderdeel 8.5). Dit is ook het geval als sprake is van een enig aandeelhouder, tenzij het economische belang van de verkopende aandeelhouder in zoverre door de verkoop geen wijziging ondergaat.1
Ook vervreemding van aanmerkelijkbelangaandelen om niet (schenking) kwalificeert onder de nieuwe aanmerkelijkbelangregeling als een vervreemding voor de aanmerkelijkbelangregeling; dit was reeds zo onder het oude aanmerkelijkbelangregime. Bij gebreke van een tegenprestatie wordt deze op grond van art. 20c, vierde lid, eerste volzin, Wet IB eveneens gesteld op de waarde in het economische verkeer (zie hoofdstuk 8, onderdeel 8.5).2
Daarentegen is geen vervreemding aanwezig in geval van een fiduciaire eigendomsoverdracht.3 Evenmin is het verlenen van een (koop)optie op de aanmerkelijkbelangaandelen een vervreemding voor de aanmerkelijkbelangregeling; hiervan is eerst sprake als de (koop)optie wordt uitgeoefend.4