Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/638
Procesrecht. Gezag van gewijsde (art. 236 Rv); zelfde grondslag; gewijzigde omstandigheden.
HR 25-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:667
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 april 2025
- Magistraten
Mrs. G. de Groot, T.H. Tanja-van den Broek, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons
- Zaaknummer
24/00086
- Conclusie
A-G mr. T. Hartlief
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:667, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑04‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1131, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑10‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 05‑01‑2024
- Wetingang
Art. 236 Rv
Essentie
Procesrecht. Gezag van gewijsde (art. 236 Rv); zelfde grondslag; gewijzigde omstandigheden.
Samenvatting
Beslissingen die de rechtsbetrekking in geschil betreffen en zijn vervat in een in kracht van gewijsde gegaan vonnis, hebben in een ander geding tussen dezelfde partijen bindende kracht (gezag van gewijsde, art. 236 Rv). Het gezag van gewijsde kan worden ingeroepen als in een geding tussen dezelfde partijen eenzelfde geschilpunt wordt voorgelegd als in een eerder geding, en de in het dictum van de eerdere uitspraak gegeven beslissing (mede) berust op een beslissing over dat geschilpunt, ongeacht of wat gevorderd wordt hetzelfde ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.